Afbouwen
Het meest recente advies is om het inbakeren voor de leeftijd van 6 maanden weer af te bouwen. Bij kinderen ouder dan 6 maanden wordt het risico dat ze – ingebakerd en al - naar de buik draaien steeds groter en daarmee ook het risico ten aanzien van wiegendood. Is je kindje (bijna) 6 maanden en lukt het hem niet om zonder de doeken te slapen, raad ik je aan om contact op te nemen met een deskundige. Dit om te overleggen of het ‘maximale rendement’ uit de doeken is gehaald en te bespreken waarom het afbouwen niet lukt.
Persoonlijk vind ik ‘afbouwen’ een nogal zware term. Ik spreek liever over ‘afwennen’. Je kind is namelijk gewènd geraakt aan de doeken. Het inbakeren is een onderdeel geworden van het bedritueel. Het inbakeren betekent rust en slapen. Kinderen die baat hebben bij het inbakeren, zijn de kinderen die niet van veranderingen houden. Wen dus – zo mogelijk – het inbakeren in kleine stapjes weer af.
Voor ouders is het afwennen van de doeken meestal een spannende tijd. De angst die meespeelt, is de angst dat de onrust, het huilen en de slapenloze nachten weer terugkomen. Als je als ouders beide werkt, betekent het vaak dat er extra druk komt te liggen op je nachtrust. Als je kind naar de kinderopvang of naar oma gaat, betekent dat ook vaak extra stress voor je kind en meer moeite met slapen. Om juist in deze tijd de doeken af te wennen, is moeilijk, maar zeker niet onmogelijk!
Maak met de verzorgers van je kindje – naast afspraken rondom de voeding – ook goede afspraken over rust, regelmaat, eenduidigheid en bedritueel.
Je kindje heeft laten zien dat hij kán slapen met doeken, in principe kán hij het ook zonder doeken. De onzekerheid rondom de oorzaak voor het huilen is voorbij. Tijd voor zelfvertrouwen en vertrouwen in je kindje!
Kijk naar je kindje, hij vertelt je wat hij nodig heeft!
Ga de doeken afwennen op het moment dat het nieuwe, regelmatige patroon 'ingebakken' is geraakt. Dat betekent dat je als ouders goed hebt leren zien wanneer je kindje moe is, dat je kindje op eigen kracht in slaap kan vallen en uitgerust wakker wordt. Als het goed is, is er een regelmaat ontstaan die afgestemd is op de behoeftes en het tempo van je kindje en ben je als gezin op elkaar ingespeeld
Er zijn verschillende manieren om het inbakeren af te bouwen. Het moment
en de manier waarop is afhankelijk van waar je voorkeur naar uitgaat.
Soms is er geen keuze. Bijvoorbeeld wanneer je kindje ziek is en koorts heeft,
of als het gevaccineerd is. In het laatste geval mag je je kindje minstens 24
uur niet inbakeren. Zie deze dagen als 'proefmomenten'. Het kan zijn dat je kindje
dan zonder inbakeren ook redelijk tot goed blijkt te slapen. De dagen daarna
zullen vervolgens uitwijzen of het inbakeren geheel niet meer nodig is.
Je kunt de doeken in één keer weglaten en vervangen door een goed passende slaapzak. Je kunt de doeken ook in stapjes afwennen door het inbakeren slaapje voor slaapje voor slaapje weg te laten (begin met het slaapje waarbij jij het weglaten van de doeken het meest ziet zitten) of door de armen één voor één vrij te laten.
Als je kindje langere tijd ingebakerd heeft geslapen moet het misschien
de kans èn de tijd krijgen om weer 'anders' te leren slapen. Denk
dan nog even terug aan de aandachtspunten die ook belangrijk waren in de
gewenningsfase. Blijf bijvoorbeeld enkele dagen achtereen thuis in de vertrouwde
omgeving. Beperk zoveel mogelijk de externe prikkels waarvan je kindje alleen
maar in de war kan raken.
Een moeder schreef eens: "Met een beetje durf en zelfvertrouwen lukt het
wel!"
Trek voor het afbouwen in ieder geval een week uit. Accepteer dat je kindje in het begin weer korter gaat slapen en weer langer huilt voordat hij in slaap valt. Je kunt het afbouwen in één keer doen, maar ook stapsgewijs. Per dag één slaapje afbouwen bijvoorbeeld of per 2 dagen één slaapje of ... Of eerst alleen de nacht en dan naar overdag.
Heb vertrouwen in je kindje dat hij ook kan slapen zonder de doeken. De doeken zijn een steuntje geweest, maar niet de basis van de verandering. De basis van de verandering is rust en regelmaat. Let erg goed op de vermoeidheidssignalen van je kindje. Wellicht moet hij wat vaker in bed gelegd worden omdat hij misschien wat korter slaapt. Ga nooit over zijn vermoeidheidssignalen of -grens heen.
Kinderen worden niet moe van korte slaapjes, wèl van te lang wakker zijn.
Zorg verder ook voor een rustige week. Ga niets of niet veel
met je kindje doen. Een wandeling is lekker, maar zorg verder
voor zo veel mogelijk rust thuis. Je conditioneert een kindje
met de doeken, met andere woorden: hij went aan de doeken en
weet dat de doeken betekenen dat hij zich mag overgeven aan de
slaap. Hetzelfde proces moet je ook doormaken om je kindje weer
uit de doeken te krijgen. Een basisvoorwaarde voor afbouwen is
altijd wel dat er rust en regelmaat aanwezig is, dat wil zeggen:
een telkens terugkerend patroon van gebeurtenissen (slapen-drinken-spelen).
Het gaat erom dat een dag voorspelbaar en overzichtelijk verloopt
voor je kindje. Als dat er is dan moet je er op vertrouwen dat
hij ook zonder kan.
Soms zeggen ouders: "Het gaat op zich goed, maar hij slaapt wel minder goed
zonder de doeken." Dat is dan iets wat ze accepteren.
Verder: Leg je kindje in een katoenen slaapzak en leg hem vervolgens strak ondergestopt in bed. Leg hem eventueel in een 'matrozenbedje'. Een veilige en strakke manier van bed opmaken. Daarmee kun je je baby niet alleen instoppen, maar echt ónderstoppen tot ónder het matras en tót de kin. Een matrozenbedje kun je maken met een eenpersoons volwassen laken of met een kant-en-klaar matrozenbedje van TinyNanny. Trapt je kindje alles los, dan moet hij weer onder in bed gelegd worden.
Tot slot:
Als het afbouwen niet lukt, wees dan niet bang dat je kindje niet van het inbakeren
af zal komen. Hij of zij is er blijkbaar gewoon nog niet aan toe of de omstandigheden
zijn niet gunstig genoeg. Pak het inbakeren weer op een probeer het afbouwen
een paar weken later nog eens. Niet teveel proberen of rommelen, daarvan raakt
je kindje alleen maar in de war.
Gaat het afbouwen moeizaam, zie je het niet zitten of is je kindje ouder dan 6 maanden? Raadpleeg dan een deskundige.