Bakerpraatjes over inbakeren
- Het doel van inbakeren is baby’s zo lang mogelijk te laten slapen waardoor ze minder vaak hoeven drinken.
- Een baby hoort per keer zo’n 2-3 uur te slapen.
- Door een baby in te bakeren, krijg je eerder een vast voedingsritme.
- Voeden op verzoek betekent dat je zo vaak mogelijk moet aanleggen.
- Lange slaapperioden bij een baby zijn per definitie ongewenst.
- De schrikreflex is een natuurlijke reflex, daar hoef je niet aan te doen.
- Door je onrustige baby veel te dragen wordt hij rustiger.
- Inbakeren heeft een negatieve invloed op het beginnen en in stand houden van de borstvoeding.
- Door een baby in te bakeren, ligt hij in een onnatuurlijke en gevaarlijke houding.
- Inbakeren is een mogelijke factor bij wiegendood.
- Inbakeren veroorzaakt een fysieke verwijdering tussen moeder en kind en vergroot daardoor het risico van een verstoorde hechtingsrelatie.
- Het nut en de noodzaak van inbakeren is nimmer aangetoond.
- Een ingebakerd kind heeft een grotere kans op een voorkeurshouding.
- Inbakeren is slecht voor de motorische ontwikkeling.
- Inbakeren verhoogt het risico van warmtestuwing en dus wiegendood.
- Inbakeren is een kunstmatige manier van een baby lang en diep in slaap te houden en dus een risico om te stoppen met ademhalen.
- Inbakeren is herontdekt omdat men in de westerse maatschappij een onjuist beeld heeft van normaal babygedrag.
- Baby’s huilen niet voor niets.
- Door een baby in te bakeren, kun je niet meer zien of het goed of niet goed met hem gaat, hij kan het simpelweg niet meer aangeven.
- Literatuurlijst
1. Het doel van inbakeren is baby’s zo lang mogelijk te laten slapen waardoor ze minder vaak hoeven drinken.
Niet waar.
Het doel van inbakeren is een baby de slaap te geven die hij nodig heeft
om voldoende uitgerust te raken om vervolgens rustig en effectief te kunnen
drinken, goed te groeien en goed te ontwikkelen.
In de eerste weken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor
het op gang komen van de borstvoeding, moeder goed leren aanleggen, baby
goed leren drinken. Intussen kan er al veel gedaan worden aan onrustpreventie.
Als de onrust (draaglast) ondanks voedingsadviezen te groot wordt dan is
het goed te weten dat het inbakeren van een baby een goed hulpmiddel kan
zijn om de slaap van de baby te verbeteren en daardoor de onrust en de onzekerheid
te verminderen.
Tien keer drinken aan de borst is in de eerste weken van een baby natuurlijker
en beter dan vijf keer per etmaal drinken. Naast frequent voeden, is aanleggen
en aandacht voor lichaamstaal zeer belangrijk! Betekent voeden op verzoek
dat je je kindje bij elke kik moet aanleggen? Mijns inziens niet. Ik denk
dat je je baby voor een groot deel leert kennen, als je onderscheid leert
maken tussen hongersignalen en slaapsignalen.
Baby’s die alleen maar slaapjes doen van hooguit een half uur, komen niet aan het diepste stadium van slapen toe. Dit zijn de baby’s die de hele dag half hongerig en half moe zijn. Deze baby’s drinken vaak niet effectief aan de borst, met diverse nadelige gevolgen van dien.
2. Een baby hoort per keer zo’n 2-3 uur te slapen.
Niet waar.
Er bestaan schema’s van wakkere tijden, slaaptijden en aantal voedingen
per etmaal. Mijns inziens is alleen het schema van de wakkere tijd kloppend
en goed bruikbaar in de praktijk. Hoe lang een baby per keer slaapt is namelijk
niet te voorspellen. Als je baby wakker wordt en het is nog geen ‘tijd-voor-de-voeding’ moet
je als ouders niet denken dat je iets fout doet of dat je baby niet normaal
reageert. Ga niet rekken en je baby bezighouden tot de klok vertelt wanneer
je kindje honger heeft. Dit geeft alleen maar meer onrust en zodra je baby
wel mag drinken ‘valt hij aan’ met lucht happen en krampjes tot
gevolg.
Let dus op de wakkere tijd van je baby, dat is het enige schema dat goed
overeenkomt met de praktijk. Verder kun je zo goed mogelijk randvoorwaarden
scheppen zodat je baby kán slapen, maar verder kun je niet veel invloed
op uitoefenen op de slaapduur. En verder: een kindje wordt niet
moe van korte slaapjes, maar wel van lang achter elkaar wakker zijn.
3. Door een baby in te bakeren, krijg je eerder een vast voedingsritme.
Niet waar.
Ik ben van mening dat borstvoeding veel te veel wordt vergeleken met kunstvoeding.
Dat schept verwachtingen. Bijvoorbeeld dat borstkindjes die om de 3 uur
drinken, op den duur ook naar een ‘schema’ gaan van om de 4
uur. Dit is heel vaak niet het geval en dat betekent geenszins dat de moeder
dan onvoldoende voeding heeft.
Ook bij kunstvoeding redden kinderen het vaak niet met het voorgeschreven aantal voedingen. Ook al moet je bij kunstvoeding rekening houden met een maximum hoeveelheid voeding per etmaal, dan betekent dat nog niet dat je precies het schema van het consultatiebureau moet aanhouden. Waarom zou je niet méér voedingen mogen geven en dan minder in per fles? Stel dat je kind het daarmee veel beter doet? Besef dat als je aan wilt sturen op een bepaald aantal voedingen (om welke reden dan ook) dat je soms véééél drukker bent met rekken en bedenken hoe je de dag door moet komen dan dat je gewoon wat vaker voedt en je kindje tevreden is.
Rekenvoorbeeld: Stel, je kindje is 6 kg. Dan mag hij 900 cc per etmaal. Je mag dit bijvoorbeeld verdelen over 7x 130 cc of 6x 150 cc of 5x 180cc.
Rust en regelmaat zijn begrippen die een baby nodig heeft om een gezond slaap-waakpatroon te ontwikkelen. De regelmaat die hier bedoeld wordt is géén regelmaat op de klok, maar een regelmaat afgestemd op de behoeftes en het tempo van de baby.
4. Voeden op verzoek betekent dat je zo vaak mogelijk moet aanleggen.
Niet waar.
Niet elke kik betekent dat je baby honger heeft.
Leg je baby direct aan tijdens of na het wakker worden. Niet wachten tot
hij huilt van de honger en niet wachten tot de klok aangeeft dat het tijd
is om te drinken. Een uitgeruste baby kan effectief happen, krachtig zuigen
en zijn buikje vol drinken. Bij borstvoeding bied je 2 borsten aan, eerste
goed leeg laten drinken en uit tweede net zoveel hij wil. Dan merk je vanzelf
wanneer je baby genoeg heeft. Voedingstijd voorbij. Daarna is het knuffeltijd
en tijd om even alleen te spelen. Tijdens het alleen spelen gaat een baby
op een gegeven moment gapen, jengelen of ‘druk’ doen. Dit betekent niet dat
hij zich eenzaam voelt, honger heeft of zich verveelt. Het betekent dat hij
moe is en met rust gelaten wil worden. Het enige juiste antwoord hierop is
de baby te slapen leggen op een veilige, vaste en rustige plaats waar hij
de kans krijgt om zich af te sluiten van de prikkels om zich heen.
Als je de regelmaat hanteert van slapen-voeden-wakker-slapen-voeden-wakker, dan leer je haast als vanzelf de honger- van de slaapsignalen te onderscheiden. Ook merk je dan duidelijk verschil tussen ‘gewone’ dagen en regeldagen.
5. Lange slaapperioden bij een baby zijn per definitie ongewenst.
Niet waar.
Er is groot verschil tussen baby’s en dus ook in het ‘tempo’ van
de regelmaat. Er zijn genoeg baby’s die het van begin af aan heel goed
doen op 6 à 7 voedingen. Er zijn ook pasgeborenen die 12x per etmaal
drinken. Het gaat er niet om hoe lang een baby slaapt, het gaat er om dat
hij de kans krijgt om te kúnnen slapen. Ook gaat het er om dat een
baby uitgerust wakker wordt. Of hij overdag 5x 2 uur slaapt of 7x 1,5 uur.
De totale slaapduur komt ongeveer op hetzelfde neer. Beiden zijn normale
patronen.
Een pasgeboren baby kan per keer maximaal 30-45 minuten wakker zijn, inclusief de voeding. Een baby van 2-6 weken kan maximaal een uur per keer wakker zijn. Zelfs bij 10 voedingen per etmaal, brengt een baby dus nog altijd veel tijd slapend door.
6. De schrikreflex is een natuurlijke reflex, daar hoef je niet aan te doen.
Niet waar.
De mororeflex, ofwel schrikreflex, is een natuurlijke reflex die elke gezonde
zuigeling laat zien. Een oververmoeide baby heeft er echter meer last van.
De reflex doet zich dan vaker voor en ook bij het minste of geringste.
Naast deze reflex zie je bij baby’s ook onwillekeurig bewegende, ‘maaiende’ en
onrustige armen als uiting van vermoeidheid. Baby’s hebben de eerste
maanden van hun leven nog geen controle over hun ledematen. Naarmate ze
vermoeider worden, worden de bewegingen ‘drukker’ en wordt
het steeds moeilijker voor ze om in slaap te vallen en gaan ze huilen van
moeheid.
Inbakeren geeft rust aan kinderen die overbeweeglijk zijn en niet zelfstandig in slaap kunnen vallen. Baby’s worden, eenmaal gehuld in doeken, beduidend rustiger, hebben een lagere hartslag en een regelmatige ademhaling, slapen meer en huilen minder. Vooral de REM-slaap neemt toe. Vaak wordt een baby tijdens de handeling van het inbakeren zelf al rustiger.
Inbakeren remt de Mororeflex. De Mororeflex bestaat uit het plots spreiden van de armen en kan optreden zowel bij interne als externe prikkels. Na de derde maand treed het in principe niet meer op. Het aantal uren slaap overdag neemt toe wat niet ten koste gaat van de nachtelijke slaap (1).
7. Door je onrustige baby veel te dragen wordt hij rustiger.
Niet waar.
Als de moeder er bewust voor kiest om haar baby veel te dragen of de baby
bijna continu bij haar te houden, dan is dit een ander uitgangspunt dan
een baby te dragen op de momenten dat hij niet wil slapen. In wetenschappelijk
onderzoek is aangetoond dat het continue dragen van een huilbaby het huilen niet vermindert
(2).
Uitspraak van een moeder:
“Ons kereltje vertoonde overprikkeld gedrag. Het was een baby-jongetje
dat naarmate hij meer getroost werd (op de arm, in bed of in de draagdoek)
steeds heviger ging huilen. Een baby die altijd bij mamma KAN slapen is
naar mijn gevoel wel in het voordeel, maar ons jongetje kreeg dit niet
voor elkaar. En ik ook niet met nog twee intensieve zusjes aan het front.”
Ik ken vele praktijkvoorbeelden van moeders die hun baby veel bij zich droegen, maar die uiteindelijk compleet vastliepen in de zorg voor hun baby en eventuele overige kinderen.
8. Inbakeren heeft een negatieve invloed op het beginnen en in stand houden van de borstvoeding.
Waar?
De onderzoeken hiernaar zijn uitgevoerd in ontwikkelingslanden en
in het Oostblok waar de kinderen uit traditie direct na de geboorte worden
ingebakerd inclusief het hoofdje. Dit is een andere manier van inbakeren
vanuit andere motieven dan het inbakeren dat heden ten dage in Nederland
wordt toegepast.
Zelf ken ik één onderzoek (uit 1971) waarbij is aangetoond
dat hongerige, ingebakerde kinderen minder alerte activiteit en meer slaperigheid
vertonen en daadwerkelijk meer slapen dan hongerige niet-ingebakerde kinderen.
Dit onderzoek is uitgevoerd bij baby’s van 6 weken oud (3). Daarom
is goede informatie behorend bij het inbakeren erop gericht om de zogenaamde
stille ondervoeding te voorkomen. Wees terughoudend in het inbakeren van
kinderen jonger dan 6 weken. Voor pasgeborenen bestaat er de manier van het
inwikkelen, hierbij ligt de baby in foetushouding met zijn handjes bij zijn
gezicht.
Uit vele praktijkervaringen met inbakeren is gebleken dat als oververmoeidheid of onzekerheid de oorzaak is van borstvoedingsproblemen, het inbakeren helpt bij streven naar regelmaat en duidelijkheid. Dit heeft vervolgens een positief effect op het zelfvertrouwen van de moeder en ook op het drinkgedrag van de baby. Een uitgeruste baby drinkt effectiever, beter en meer dan een vermoeide baby.
Voor sommige kinderen is fysieke scheiding een voorwaarde om überhaupt te kúnnen slapen. Zie citaat moeder bij vraag 7. Ik bestrijd het vooroordeel dat inbakeren het doel heeft om een kind stil, alleen en lang te laten slapen. Mijns inziens beteken de inbakerdoeken juist een ondersteuning tijdens een gedeelte van de borstvoedingsperiode.
Het aantal moeders dat na de bevalling start met het geven van borstvoeding was in 2002 bijna 80%. Helaas ziet een groot deel van deze ouders geen kans hun kind minstens zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven, zoals de overheid adviseert conform de WHO. Na vier weken krijgt nog 52,3% en na 3 maanden nog 35% van de kinderen uitsluitend borstvoeding. De meest genoemde reden om te stoppen met borstvoeding is het gevoel van de moeder dat de baby honger heeft, hoewel er in de meeste gevallen geen probleem is met de gewichtstoename (4).
Hoe komen de ouders op het idee dat hun kind honger heeft? Het antwoord laat zich eenvoudig raden. Huilen leidt tot onzekerheid over de borstvoeding en ook oververmoeidheid brengt de borstvoeding in gevaar. Inzicht in een gezond slaap-waakpatroon van een baby en informatie gericht op het voorkomen of verhelpen van slaapproblemen zal in veel gevallen de borstvoeding kunnen redden, mits deze informatie op tijd worden aangereikt.
Om de borstvoeding in stand te kunnen houden en ervoor te zorgen dat een kind krijgt wat hij nodig heeft, is het belangrijk dat hij gevoed wordt 'op verzoek'. Daarnaast zou er in de praktijk meer aandacht moeten zijn voor ‘slapen op verzoek’ om te voorkomen dat ouders de slaapsignalen als hongersignalen interpreteren en onzeker worden over de voeding. Slapen en voeden kun je bij een baby gewoon niet los zien van elkaar.
Het enige hongersignaal dat een ingebakerde niet kan geven is het sabbelen op zijn handjes. Er zijn méér hongersignalen:
- Onrustig slapen
- Lichte slaap (te zien aan bewegen hoofdje, fronsjes, stuiptrekkinkjes, lachjes, etc.)
- Ontwaken
- Likken op de lippen
- Smakken
- Zuigbewegingen met de tong
9. Door een baby in te bakeren, ligt hij in een onnatuurlijke en gevaarlijke houding.
Niet waar.
Het lichaam en de ledematen worden niet in een geforceerde houding gelegd.
De armen liggen naast het lichaam in plaats van omhoog, het kind kan zijn
armen (ellebogen) licht buigen, wat de meeste kinderen ook doen omdat dit
prettiger ligt. De benen hebben net zoveel ruimte als in een trappelzak
of slaapzaak. De benen van een ingebakerd kind kunnen gewoon in de natuurlijke
stand (kikkerstand) liggen.
Inbakeren is een goede methode om zuigelingen de voor hen meest veilige slaaphouding, de rugligging, te doen aanvaarden. Sommige ouders van kinderen die overmatig huilen, leggen hun kind op de buik te slapen omdat hij dan meestal beter slaapt (5). Buikligging is in Nederland echter nog steeds de grootste risicofactor ten aanzien van wiegendood (6). Een alternatief voor buikligging is het kind inbakeren waardoor het in rugligging beter kan slapen. Hoewel verder onderzoek naar de relatie tussen inbakeren en wiegendood gewenst is, kun je aannemen dat wanneer je baby op de rug slaapt, inbakeren geen extra risico inhoudt, en wellicht zelfs beschermend werkt. De bewegingsbeperking door het inbakeren zorgt ervoor dat kinderen minder gemakkelijk op de buik rollen en daardoor met hun hoofd onder losse dekens raken. Doordat er minder arousals* optreden tijdens ingebakerde rugslaap, nemen kinderen minder snel een andere, mogelijk gevaarlijkere houding aan (7).
* Arousal = verhoogde staat van activiteit of opwinding die optreedt na externe prikkels of zomaar spontaan.
10. Inbakeren is een mogelijke factor bij wiegendood.
Niet waar.
Het inbakeren zelf is géén factor bij wiegendood. Het enige
dat uit onderzoek is gebleken is dat een kind dat ingebakerd op de buik ligt,
een verhoogd risico heeft om aan wiegendood te overlijden. Vandaar dat alle
informatie rondom inbakeren doorspekt is met informatie om het draaien op
de buik te voorkomen. Het is moeilijk daarin een balans te vinden. Er moet
voor gewaarschuwd worden zonder de ouders té angstig te maken.
De Stichting Wiegendood is betrokken geweest bij het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van inbakeren.
Er was interesse naar deze interventie omdat het wellicht het wiegendoodcijfer
verder kon terugdringen door rust, regelmaat, vermindering van het huilen
en de rugligging.
De veiligheid van inbakeren is afhankelijk van de 'techniek' van het inbakeren,
of je deze op de juiste manier uitvoert en in hoeverre je op de hoogte bent
van de aandachtspunten en adviezen bij het inbakeren en deze al dan niet
opvolgt.
Doeken die niet goed (vast) zitten kunnen opstropen naar boven (voor het mondje). Bovendien kunnen voetjes vrij komen uit te losse doeken waardoor kinderen kunnen gaan draaien.
Zo lang je alle aanwijzingen op het gebied van lichaamstemperatuur, omgevingstemperatuur, bed opmaken, kleding en bedbekleding goed opvolgt, hoef je niet bang te zijn voor warmtestuwing. Laat je hierover deskundig informeren en adviseren.
11. Inbakeren veroorzaakt een fysieke verwijdering tussen moeder en kind en vergroot daardoor het risico van een verstoorde hechtingsrelatie.
Niet waar.
Sommige deskundigen vinden in een onderzoek met huilende ratten voldoende bewijs voor deze bewering...
Er zijn gevolgen van overmatig huilen en slaaptekort bekend die mijns inziens veel erger zijn en om tijdige aandacht vragen:
- voortdurende stress
- concentratieproblemen
- vergeetachtigheid
- verhoogde ademhaling/hartslag
- depressiviteit
- paniekaanvallen
- sociaal isolement
- relatieproblemen
- verlies van gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen
Aanhoudend huilen kan leiden tot kindermishandeling. In 95% van de gevallen van Shaken Infant Syndrome (het door elkaar schudden van de baby) was huilen de aanleiding geweest (8).
Veel huilen en/of slaapproblemen zijn bedreigend voor een goede ouder-kindrelatie. Een verstoorde ouder-kindrelatie kan leiden tot probleemgedrag bij een baby en uiteindelijk ook leiden tot hechtingsproblematiek. Veel huilen kan dus de óórzaak zijn van problemen in de ouder-kindrelatie, maar ook het gevólg ervan.
12. Het nut en de noodzaak van inbakeren is nimmer aangetoond.
Niet waar.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ingebakerde baby’s:
- Meer slapen en minder huilen.
- Zich beter neurologisch ontwikkelen.
- Sneller herstellen na pijnlijke ingreep.
- Rugligging beter accepteren.
ad 1. Beter slapen en minder huilen
Inbakeren geeft rust aan kinderen die overbeweeglijk zijn en niet zelfstandig
in slaap kunnen vallen. Baby’s worden, eenmaal gehuld in doeken,
beduidend rustiger, hebben een lagere hartslag en een regelmatige ademhaling,
slapen meer en huilen minder. Vooral de REM-slaap neemt toe. Vaak wordt
een baby tijdens de handeling van het inbakeren zelf al rustiger (9).
Inbakeren reduceert het huilen bij baby’s met een hersenbeschadiging. Baby’s die hersenschade oplopen zijn vaak extra gevoelig voor prikkels en hebben een moeilijke gedragsoriëntatie. Overmatig huilen komt bij hen dan ook vaker voor. Inbakeren scherpt het vermogen aan om met stress om te gaan, alert te blijven en aandacht te focussen op aandachtsgerichte taken.
ad 2. Betere neurologische ontwikkeling
De neurologische ontwikkeling van baby’s met een zeer laag geboortegewicht
(< 1250 gram) verloopt bij ingewikkelde baby’s (in foetushouding)
beter dan bij baby’s die niet ingewikkeld worden (10).
Ingewikkelde kinderen hebben een betere oog-hand-mondcoördinatie waardoor zij zichzelf gemakkelijker kunnen troosten. Ook hebben ingewikkelde kinderen een hogere pijndrempel, kunnen zijn prikkels beter verwerken en scoorden zij beter op het vlak van primitieve reflexen.
ad 3. Sneller herstel na pijnlijke ingreep
Ingebakerde baby’s herstellen gedragsmatig en fysiologisch sneller
na een pijnlijke ingreep. Niet-ingebakerde baby’s hebben bijvoorbeeld
tot 10 minuten nodig om gedragsmatig en fysiologisch te herstellen van een
hielprik. Ingebakerde baby’s hebben zo’n 3 minuten nodig om terug
te keren naar de basislijn voor wat betreft gedrag, hartfrequentie en gelaatsuitdrukking.
Naast zuigen, licht dimmen, zachte muziek, kangeroeën kan inbakeren
dus toegevoegd worden in het rijtje van effectieve pijninterventies waarbij
geen medicatie nodig is (11).
ad 4. Rugligging beter accepteren
Ingebakerde kinderen in rugligging worden minder vaak wakker tijdens de NREM-slaap
(diepere stadium van de slaap). Tijdens de REM-slaap (de lichte slaap)
kunnen ze gemakkelijker verder slapen dan niet ingebakerde kinderen (12).
13. Een ingebakerd kind heeft een grotere kans op een voorkeurshouding.
Niet waar.
Als je je kindje inbakert, is er geen reden om extra bang te zijn voor het
afplatten of scheefgroeien van het hoofdje van je baby. Het verschijnsel
is vaak tijdelijk en medisch gezien onschuldig. Probeer het ontwikkelen
van een voorkeurshouding te voorkomen door je baby in rugligging van begin
af aan met zijn hoofdje afwisselend naar links en naar rechts te leggen.
Draai desnoods het bedje, zodat het licht van de andere kant komt of hang
afwisselend links en rechts een aandachttrekkend voorwerp op. Bij borstvoeding
ligt een baby afwisselend naar links of rechts gedraaid. Wissel daarom
ook bij flesvoeding van arm. Ga tijdig naar een arts als je baby met zijn
hoofdje toch maar één kant op wil.
14. Inbakeren is slecht voor de motorische ontwikkeling.
Niet waar.
De slaap is om het lichaam tot rust te laten komen. Niet om te ontwikkelen.
De wakkere periode is dé periode om te bewegen en te ontwikkelen.
De mogelijke invloed van inbakeren op de motorische ontwikkeling wordt
sterk beïnvloed door welke houding de baby aanneemt wanneer hij wakker
is en de activiteiten die de ouders ondernemen met hun kind. Een baby moet
tijdens het spelen voldoende tijd doorbrengen op zijn buik en door de ouders
gestimuleerd worden in zijn ontwikkeling. Door onze ervaringen in de praktijk
vinden wij het zeer aannemelijk te veronderstellen dat de motorische ontwikkeling óók
door langdurige oververmoeidheid ongunstig beïnvloed zou kunnen worden.
15. Inbakeren verhoogt het risico van warmtestuwing en dus wiegendood.
Niet waar.
Het risico van oververhitting ligt niet aan het inbakeren zelf of aan de
mate van strakheid, maar aan de gekozen materialen. Of de materialen van
kleding of bedbekleding. Of door een veel te warme omgevingstemperatuur.
Oververhitting wordt veroorzaakt door:
- Het niet kwijt kunnen van overtollige warmte door synthetisch beddengoed (dekbed), door een veel te warme omgevingstemperatuur, het veel te warm kleden of toedekken van de baby of doordat de ingebakerde baby een mutsje draagt.
- Slechte warmteverdeling over het babylijfje.
- Bij koorts toch inbakeren.
Bij een onderzoek bij gezonde baby’s tussen twee weken en drie maanden oud, bleek dat door inbakeren de huidtemperatuur steeg, maar de rectaal genomen temperatuur niet (13). In een ander onderzoek onder gezonde pasgeborenen die ingebakerd, onder 5 dekens, met mutsje op in een slaapkamer van 26,6°C te slapen werden gelegd, bleek dat de rectale temperatuur gemiddeld 0,56°C steeg (14).
16. Inbakeren is een kunstmatige manier van een baby lang en diep in slaap te houden en dus een risico om te stoppen met ademhalen.
Niet waar.
Deze bewering is op niets gebaseerd.
Enkele wiegendoodcijfers (15):
In de afgelopen jaren zijn 4 kinderen overleden in een draagdoek. Alle vier
waren één maand oud. Vermoedelijk was uitwendige adembelemmering
bij hen de belangrijkste risicofactor.
Van de 23 kinderen overleden aan warmtestuwing was er bij slechts 2 van deze
kinderen geen enkele risicofactor, geen buik- of zijligging, geen dekbed
of hoofdkussen, ouders rookten niet.
In de periode 1996-2001 zijn 136 kinderen overleden aan wiegendood.
Bij 29 van de 136 wiegendoodkinderen waren álle voorzorgsmaatregelen
goed in acht genomen. Het vermoedelijke tijdstip van overlijden van deze
kinderen was opmerkelijk, namelijk overwegend overdag: 23 van de 29 kinderen
overleed tussen 8.00 en 20.00 uur.
3 kinderen thuis in de box.
1 in een draagdoek.
2 alleen in een groot bed.
3 samen met ouders in een groot bed.
9 in bedje op kinderdagverblijf of bij gastouders.
11 thuis in wieg, spijlenbedje of campingbedje.
14 kinderen waren zelf op de buik gedraaid, 11 kinderen lagen met het gezicht omlaag.
17. Inbakeren is herontdekt omdat men in de westerse maatschappij een onjuist beeld heeft van normaal babygedrag.
Dit is een zeer brede discussie waarover waarschijnlijk altijd verschil van mening zal blijven bestaan. Mag je van een jonge baby verwachten dat hij op zijn eigen kamer in zijn eigen bedje op eigen kracht in slaap kan vallen? Kan het kwaad een baby te laten huilen? Kun je een baby nu wel of niet verwennen? Willen de ouders van nu teveel? Te snel? Of bied de huidige wetgeving te weinig mogelijkheden om zorg voor kinderen en werken goed te combineren? Met andere woorden: Kun je de huidige maatschappij de schuld geven van de slaapproblemen in de gezinnen van nu? Gedeeltelijk. Lang niet alle problemen kunnen we zonder meer afdoen met de verwijzing naar gewoontes, tradities en manieren die in onze maatschappij normaal lijken te zijn. Bovendien: wat hebben de ouders van nú hieraan? Zij zijn westers opgegroeid en hun kinderen groeien op in een westerse samenleving met alle voor- en nadelen van dien. Als we in een niet-westerse maatschappij zouden leven, zouden er waarschijnlijk dagelijks familieleden in de buurt zijn om een baby vast te houden of ouders andere bezigheden uit handen te nemen. Onrustige baby's hebben in feite moeite zich aan te passen in de (westerse) wereld waarin zíj zijn terecht gekomen.
Ik heb inmiddels diverse onderzoeken genoemd waaruit blijkt dat inbakeren wel degelijk positieve effecten heeft. In onze huidige westerse maatschappij is het om meerdere redenen niet gemakkelijk om je baby te geven wat hij nodig heeft zonder je eigen noden en behoeften geweld aan te doen. In onze maatschappij leren we tegenwoordig niet meer automatisch over het moederschap, bovendien is onze samenleving niet ingesteld op ouders met kinderen. Taken als zorg voor de kinderen en een baan buitenshuis betekenen vaak een dubbele belasting. Het is moeilijk om dit zodanig op elkaar af te stemmen dat aan ieders behoefte wordt voldaan. Vrouwen in onze cultuur staan er al snel na de bevalling weer alleen voor. Zij missen praktische hulp bij het dagelijkse werk en missen structurele steun bij opvoedings- en (borst)voedingsvragen. Bovendien kennen we in Nederland – in vergelijking met andere Europese landen – een kort bevallingsverlof. Als je weer aan het werk gaat, ben je vaak nog lang niet gewend aan de nieuwe verandering in je leven en ben je emotioneel nog niet terug in balans. Intussen wordt er van je verwacht dat je de draad gewoon weer oppakt en moet je tussen de bedrijven door vaak behoorlijk voor je kolf- of voedingsrechten opkomen. Je krijgt tijd (en als je geluk hebt een geschikte ruimte) om te kolven, maar intussen moet hetzelfde werk in minder tijd gebeuren. Zo gaan de moeders van tegenwoordig richting een driedubbele belasting.
Ik distantieer mij van de verwachting dat jonge kinderen na zo’n twee maanden al in staat moeten zijn zo’n 8 uur achtereen in hun eigen bed te slapen en dat dit de enige goede manier van slapen is. De meest gestelde vraag aan kersverse ouders is ongetwijfeld: “En… slaapt hij al door?”. Gevoelens van twijfel en onmacht worden groter naarmate de onderbroken nachten voortduren. Deze twijfel wordt vaak extra gevoed door de overvloed aan informatie die in onze maatschappij op ons af komt.
18. Baby’s huilen niet voor niets.
Waar!
Deze bewering kun je echter op meerdere manieren uitleggen. Ik zie het zo:
Er zijn veel baby’s die even jengelen of huilen voordat ze in slaap
vallen. Dit te maken met de omschakeling van prikkels naar ontspanning.
Huilen betekent ook ontlading.
In onderzoek is aangetoond dat baby’s nu eenmaal huilperiodes hebben,
de tijd die baby’s huilen staat los van de verzorgingsstijl van de
ouders. Het heeft te maken met een bepaald natuurlijk patroon (16).
Het is belangrijk dat je als ouder weet wat normaal en niet normaal gedrag is en dat je beseft dat je zèlf invloed hebt op het welslagen van het slapen. Heel veel invloed zelfs! Het is raadzaam na te gaan of het een combinatie van factoren is die de onrust veroorzaakt. Onzekerheid over de voeding kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je je baby (te) snel uit zijn bedje pakt en hem daarmee uit zijn slaap houdt.
Als een kind niet kan slapen, wordt maar al te vaak de tip: laat-hem-maar-huilen gegeven. Dit wordt door mensen gezegd die er geen verstand van hebben en geen besef hebben van het effect van huilen op de ouders. Een kind laten huilen gaat namelijk in tegen de ouderlijke instincten. Hoe meer de grens tussen oververmoeidheid en overspannenheid gaat vervagen, hoe meer voor ouders toch de ‘laten doorhuilen-methode’ in beeld komt. Eigenlijk zijn het wanhoopsacties omdat ouders zich van nature verzetten tegen maatregelen als laten huilen omdat deze in werkelijkheid volledig tegen hun gevoel indruisen. Met ‘lukraak’ laten huilen wordt het verdriet en de frustratie veelal alleen maar groter.
Daarom is het zo belangrijk dat ouders ten eerste het huilen accepteren.
En er vervolgens naar luisteren om te kunnen leren wat het betekent. Door ‘actief
te luisteren’ geven ouders hun kinderen de kans om zelf oplossingen
voor hun problemen te vinden. Voor ouders en kind betekent dit een soort
investering in de toekomst.
Men weet niet wat het moment is waarop het bevattingsvermogen van een baby
tot ontwikkeling komt. Het is eenvoudigweg onmogelijk om dit vast te stellen.
Daarom is het belangrijk om de baby zelfstandigheid aan te leren. Dat betekent
niet dat ouders hun baby aan zijn lot moeten overlaten en hem maar laten
huilen. Het betekent wèl dat zij er voor hem zijn (in lichaam of geest)
wanneer de baby huilt. Hij probeert zijn ouders en verzorgers tenslotte wat
te vertellen. Dat betekent ook dat zij hem neerleggen zodra aan zijn behoeftes
is voldaan (17).
19. Door een baby in te bakeren, kun je niet meer zien of het goed of niet goed met hem gaat, hij kan het simpelweg niet meer aangeven.
Niet waar.
Adviezen voorafgaand aan het inbakeren zijn er juist op gericht om een lichamelijke
oorzaak zo veel mogelijk uit te sluiten. Ook worden redenen genoemd om
een kind niet in te bakeren.
Een opsomming van onze adviezen:
Als er reden is om aan te nemen dat een kind baat zal hebben bij het inbakeren
is het raadzaam om na te gaan:
- Of er een contra-indicatie bestaat.
- Of er een medische oorzaak zou kunnen zijn voor de onrust of het huilen.
- Of het wenselijk is het probleem op meerdere fronten aan te pakken.
Wanneer niet inbakeren?
Medische redenen - oftewel contra-indicaties - om een kind niet in
te bakeren:
- (Verhoogde kans op een) dysplastische heupontwikkeling
- Koorts
- Eerste 24 uur na D(K)TP, HIB of andere vaccinaties
- Ernstige luchtweginfectie en/of benauwdheid
- Voorkeurshouding door een afwijking in de wervelkolom
Bijzondere omstandigheden
In de volgende situaties mag een baby alleen worden ingebakerd na toestemming
van een arts:
- Veel spugen of terugvloeien voeding.
- Wanneer het spugen een gevolg is van onrust, kan inbakeren wel worden toegepast. Heeft het spugen een andere oorzaak, dan mag een baby niet worden ingebakerd.
- Eczeem
- In het algemeen kan een kind met droog eczeem wel, maar een kind met nat eczeem niet ingebakerd worden.
- Neurologische afwijkingen.
- Baby van drugsverslaafde moeder.
- Pre- en dysmatuur geboren baby’s.
- In ziekenhuis in foetushouding in omslagdoek. Thuis in omslagdoek of inbakerdoeken en altijd in rugligging!
Ook al is er een kans van 97% dat er GEEN lichamelijke oorzaak is voor het overmatig huilen van een baby (18), toch zijn onze adviezen en protocollen erop gericht om de kinderen die mogelijk een lichamelijke afwijking of beperking hebben, er voor de start van het inbakeren uit te pikken. Wij gaan daarbij af op veel meer symptomen dan veel huilen, overstrekken, slecht drinken en moeizaam slapen. Bij deze symptomen kan er namelijk zovéél aan de hand zijn! Voor ouders meestal onmogelijk te ontdekken. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, niet serieus genomen, worden geconfronteerd met deskundigen die alleen naar hun eigen stukje kijken.
Literatuurlijst
- ‘A different approach to sleep problems of infancy: swaddling above the waist’, S. Caglayan, I. Yaprak, E. Seckin, S. Kansoy en H.A. Aydinlioglu, The Turkish Journal of Pediatrics, nr. 33 p. 117-120, 1991.
- ‘Handleiding bij de folder 'Huilen; hoe troost ik mijn baby?' en de brochure 'Huilbaby's; als troosten niet helpt' L. Blancke. Brussel (België): Kind en Gezin, afdeling Preventieve Zorg, 1998.
- ‘Hunger en motor restraint on arousal and visual attention in the infant’, S.L. Giacoman. Child Development, 42 p. 605-614, 1971.
- Promotie-onderzoek naar de voedingswijze van baby's tot vier maanden en met name naar de redenen voor veranderingen van de voeding, mw. Anneke Bulk Bunschoten, cb-arts, januari 2003.
- ‘Het inbakeren van zuigelingen, een advies’, Landelijk Centrum Ouder- en Kindzorg (LCOKZ), werkgroep inbakeren, februari 2001.
- ‘Wiegendood en huidige risicofactoren, interne rapportage’, Landelijke Werkgroep Wiegendood (LWW), 1999.
- ‘Spontaneous arousals in spine infants while swaddled and unswaddled during rapid eye movement an quiet sleep’, C.M. Gerard, K.A. Harris en B.T. Thach, Pediatrics 6, Vol. 110, december 2002.
- ‘Aanpak bij vermoeden van kindermishandeling. Aanzet tot een richtlijn voor huisartsen en personeel op spoedongevallendiensten. Wetenschappelijke Vereniging Vlaamse Huisartsen, L. Pas, L. Aertssen, E. Reynders, V. Saliez en S. Leconte, 18 april 2005.
- ‘Cumulative effects of continuous stimulation on arousal levels in infants, Y. Brackbill, Child Development 42 p. 17-26, 1971.
- ‘The effect of swaddling versus standard positioning on neuromuscular development in very low birth weight infants’, M.A. Short, J.A. Brooks-Brunn, D.S. Reeves, J. Yeager en J.A. Thorpe. Neonatal Network, 15 (4) p. 25-31, 1996.
- ‘Swaddling after heel lance: age-specific effects on behavioural recovery in preterm infants’, I. Fearon, B.S. Kisilevsky, S.M. Hains, D.W. Muir en J. Tranmer. Journal of developmental and behavioural pediatrics, 18 (4) p. 222-232, 1997.
- ‘Spontaneous arousals in spine infants while swaddled and unswaddled during rapid eye movement an quiet sleep’, C.M. Gerard, K.A. Harris en B.T. Thach, Pediatrics 6, Vol. 110, december 2002.
- ‘The effects of bundling on infant temperature’, G. Grover, C.D. Berkowitz, R.J. Lewis, M. Thompson, L. Berry en J. Seidel. Pediatrics, 94 (5) p. 669-673, 1994.
- ‘Effect of bundling and high environmental temperature on neonatal body temperature’, T.L. Cheng en J.C. Partrigde. Pediatrics, 92 (2) p. 238-240, 1993.
- ‘Wiegendood, ervaringen en inzichten’, G.A. de Jonge, M.P. l’Hoir, J.H. Ruys en B.A. Semmekrot, 2002.
- ‘Normality: A clinically useless concept. The case of infant crying en colic’, R.G. Barr, Developmental and behavioral Pediatrics, nr. 4 p. 264-270, 1993.
- ‘Wat je baby vertelt. Secrets of the Babywhisperer’, Tracey Hogg, 2001.
- ‘Oorzaken, behandeling en beloop van zuigelingen die vanwege excessief huilen waren opgenomen op de kinderafdeling van de Isala Klinieken te Zwolle 1997/’03, J.E. Nooitgedacht, P. Zwart en P.L.P. Brand. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2005, nr. 149 p. 472-477.