Verkeerd verbonden

Vuile baby-was wordt bij voorkeur niet buiten gehangen.Toen ik zwanger was van Oudste had ik romantische ideeën. Over de roze wolk waar wij ons gedrieën weken, zo niet maanden, in zouden wentelen. Over piepkleine meisjeskleertjes, trendy babykamer en hippe kinderwagen. En ook over de stroom kraambezoek die vertederd ohhh en ahhh zou komen roepen.
Maar bovenal droomde ik over Het Verbond, het onzichtbare lidmaatschap van Ouders Onder Elkaar dat nu ook binnen mijn bereik zou komen. Vol met blikken van verstandhouding, welgemeende adviezen en vele harten onder mijn riem.
Het was gedurende die zwangerschap een heerlijk vooruitzicht.

Maar de realiteit was sneller dan haar schaduw. En de roze wolk al verdreven voordat ze binnen mijn gezichtsveld was.
De piepkleine kleertjes veel te groot omdat zij zo’n week of vier vroegtijdig, dus prematuur ter wereld kwam. Het huis nog in de steigers en de trendy babykamer niet ontmanteld, hippe kinderwagen incluis.
Een echtgenoot die ongeveer gelijktijdig langdurig het ziekenhuis in verdween, hetgeen mij zo ongeveer van de wereld sloeg en ook het kraambezoek danig van slag bracht. En wel zo danig dat het kennelijk beter was om ons met rust te laten.
Ik zal nooit weten wat een afwezige pappa en een dodelijk ongeruste moeder voor onze mini-dochter betekende, maar dat zij maandenlang onbedaarlijk huilde maakte het er in ieder geval voor ons alledrie niet makkelijker op.

Desondanks draaide de wereld gewoon door en zo ook ons leven.
De hippe kinderwagen bleek een wolf in schaapskleren en werd ontmaskerd als onhandig transportmiddel dat tussen de kassa’s in de supermarkt klemvast kwam te zitten.
De piepkleine kleertjes waren na een paar maanden precies pas. Dat was vlak nadat zij klaar was met huilen en echtgenoot tot de laatste cel afgebrand, doch min of meer genezen thuis kwam.
Afgezien van het kraambezoek en een onaf gestreept verlanglijstje, kwam uiteindelijk alles weer (bijna) goed.

Bijna. Want tot dan toe wilde ook mijn lidmaatschap van Ouders Onder Elkaar niet echt vlotten. Ik had hier en daar wel wat blikken van volslagen vreemden opgemerkt (en gevoeld) en uit de kennissenkring wat bemoedigende telefoontjes gehad, maar een verstandhouding voelde ik daar nog niet echt bij.
Maar dat zou heus nog goed komen, want een huilende rood aangelopen baby in de kinderwagen en/of een meer dood dan levende echtgenoot leidt natuurlijk best af.

In het baby-warehouse (het heet echt zo!) deed ik mijn eerste echte poging buitenshuis om tot Het Verbond toe te treden. Ik lachte bij de meisjes kleertjes maatje 44 met een vriendelijke blik van verstandhouding naar een moeder met hetzelfde rompertje als ik in haar handen. Zij lachte vriendelijk terug en wierp een geoefende blik in mijn kinderwagen. “Wat een kleintje nog”, zei ze vertederd. Ik glimlachte trots en vol verwachting. “Slaapt ze goed?” En voor ik ontkennend kon antwoorden: “Nou, die van mij…”.
Enigszins uit het veld geslagen staarde ik naar haar draagdoek waar haar wondertje het kennelijk zoveelste zoete slaapje in deed. Met mijn mond vol tanden en een hoofd vol relativerende gedachten, besloot ik dat zij en ik slechts verkeerd verbonden waren en dat het allemaal heus en nog steeds goed zou komen met mijn lidmaatschap.
Maar in de maanden die volgden: “Slaapt ze al dóór, heeft ze al tandjes, zit ze al, kruipt ze al, staat ze al los? Nou, die van mij…”.

Mijn hoop op het bestaan van een gevoel van verbondenheid dat gebaseerd is op slechts één gemeenschappelijke factor, in dit geval pril ouderschap, is uiteindelijk vervlogen. Vaak genoeg blijkt een vraag over mijn kroost bedoeld om een gelegenheid te forceren om over hun éigen kind te praten.
Op zich niets mis mee, want een retorische vraag mag wat mij betreft best op z’n tijd: een acceptabele, hoewel enigszins onbeholpen manier om het hart eens te luchten. Toch?
Nee dus, want vuile baby-was wordt per definitie juist helemaal niet buiten gehangen!
Slechts ‘Niks aan het handje’ praatjes worden uitgewisseld. ‘Mijn kind doet het prima en ik ben nooit onzeker’ uithangbordjes. “En als ik al onzeker ben, dan is het omdat ik maar niet kán begrijpen waarom juist ik zulke gewéldige kinderen gekregen heb en ik zo’n fantastische moeder ben.”

Toen Jongste ongeveer een jaar oud was, had ik er weer eens één aan mijn buggy hangen: “Loopt hij al? Nou, die van mij… liep al met 10 maanden. Dát was een gedoe, hoor”.
Eerst opscheppen en dan afscheppen. Hoezo Ouders Onder Elkaar?

“Zóóó, dat is zeker een gedoe”, beaamde ik braaf, “die van mij is gewoon een luie sodemieter”. En terwijl ik glimlachte om een onthutst gezicht, dacht ik berustend: Wij zijn godzijdank verkeerd verbonden.

Over Marleen

Marleen Ouwerling woont met haar man, twee dochters en zoon in de Randstad, is werkzaam als teamleider in de jeugdhulpverlening en windt zich bij tijd en wijle in het openbaar op over zichzelf, het ouderschap en het wonderlijke wezen dat kind heet. Aanverwante artikelen mogen soms ook meedoen.
Dit bericht is geplaatst in huilen, prematuur en getagd , , . Bookmark de permalink.

1 Reactie op Verkeerd verbonden

  1. Werkelijk boeiend! Bent u eventueel van plan meer van zulke stukjes te schrijven? Ik hoop het! Ik ben in elk geval behoorlijk verbaasd. Ga absoluut zo door.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>