www.inbakeren.nl

Contra-indicaties

Redenen om je baby niet (meer) in te bakeren:

  1. (Verhoogde kans op een) dysplastische heupontwikkeling
  2. Koorts
  3. Eerste 24 uur na een vaccinatie
  4. Ernstige luchtweginfectie en/of benauwdheid (bijvoorbeeld het RS virus)
  5. Voorkeurshouding (scoliose) door een afwijking in de wervelkolom
  6. Als je ingebakerde baby - ondanks alle tips - pogingen blijft doen om naar de buik te draaien.

Als je baby eczeem heeft of spuugt, is het raadzaam van te voren te overleggen met een arts of een deskundige. Eczeem en spugen kunnen namelijk vele verschijningsvormen hebben. Bij de ene vorm kan het geen kwaad om in te bakeren, bij een andere weer wel.

Is geen van bovenstaande punten van toepassing, ga dan nog na of de onrust te maken heeft met de voeding. Voor diverse problemen is meestal een eenvoudige oplossing te vinden. Vraag om raad bij je jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, een lactatiekundige of een borstvoedingsorganisatie.

Inbakeren of inwikkelen in foetushouding heeft de voorkeur bij baby's jonger dan 6 weken. Een borstbaby jonger dan 6 weken bij voorkeur inwikkelen in de foetushouding. Er zijn verschillende doeken op de markt speciaal met deze mogelijkheid. Vroeg inbakeren met de handjes bij de doeken in kán een verstoring veroorzaken van het vraag-en-aanbod principe van borstvoeding. Een ingebakerd kind gaat namelijk langer en dieper slapen, hij wordt daardoor mogelijk niet vaak genoeg gevoed en wordt niet wakker genoeg om goed te kunnen drinken. Bovendien zijn de verkenning en de reflexen van de handjes in de eerste weken erg belangrijk.

Het meest recente advies is om het inbakeren voor de leeftijd van 6 maanden te vervangen door een babyslaapzak.

Bij baby's ouder dan 6 maanden wordt het risico dat ze – ingebakerd en al – naar de buik draaien steeds groter en daarmee ook het risico ten aanzien van wiegendood.

Heeft je baby 2 à 3 maanden ingebakerd geslapen en lukt het hem niet om zonder de doeken te slapen, raad ik je aan om contact op te nemen met een deskundige. Dit, om te overleggen of het ‘maximale rendement’ uit de doeken is gehaald en door te nemen waarom het afwennen van de doeken niet lukt.