Inbakeren en heupontwikkeling
Ongeveer 1 op de 50 kinderen wordt geboren met een onvoldoende ontwikkeld heupgewricht. Bij deze afwijking is de heupkom niet diep genoeg
waardoor een verhoogde kans op een problematische heupontwikkeling bestaat.
De verloskundige of gynaecoloog
onderzoekt daarom meteen na de geboorte de heupjes van je baby waarna dit
onderzoek door de consultatiebureauarts voortgezet wordt.
Zodra er een afwijking
wordt vastgesteld wordt er een behandeling gekozen die er op gericht is dat
de heupkom zich ten goede kan ontwikkelen: de vlakke kom wordt dan dieper
en gaat de heupkop beter omvatten.
Als er sprake is van (een verhoogd risico op) heupdysplasie wordt meestal afgeraden om je baby in te bakeren. Zeker op de traditionele manier. Als je baby erg onrustig is en een hulpmiddel bij het slapen goed kan gebruiken, kun je met de behandelend arts overleggen of je baby in een Pacco doek mag liggen, deze is niet belastend voor de heupjes.
Je baby heeft een verhoogde kans op het ontwikkelen van heupdysplasie als:
- er heupdysplasie in de familie voorkomt
- je baby in de laatste maanden van de zwangerschap in stuitligging heeft gelegen of in stuitligging geboren is
- je baby ook andere aangeboren afwijkingen heeft een klompvoetje of een open ruggetje
- er tijdens de zwangerschap weinig vruchtwater in de baarmoeder was
Als je je baby inbakert, is het van belang dat je zijn benen tot de leeftijd van 6 maanden voldoende ruimte geeft. Het makkelijkst is dit aan te duiden als de 'kikkerstand'. Anders gezegd: geef je baby de ruimte om zijn benen in de doeken in opgetrokken stand te spreiden en volledig te strekken.
Het is wèl belangrijk de beentjes te omhullen met stof en de doeken vast te zetten om
- te voorkomen dat de doeken opstropen tot over het gezicht
- te voorkomen dat je kind met zijn voetjes kan afzetten en gaat omrollen in de doeken
- je baby gevoel van warmte, geborgenheid en veiligheid te geven.