www.inbakeren.nl

Heupontwikkeling

Inge ligt - net als alle baby's - van nature met haar benen in kikkerstand.

Ongeveer 1 op de 50 kinderen wordt geboren met een onvoldoende ontwikkeld heupgewricht. Bij deze afwijking is de heupkom niet diep genoeg waardoor de heupkop uit de heupkom kan 'schieten'.

De verloskundige of gynaecoloog onderzoekt daarom meteen na de geboorte de heupjes van je kind waarna dit onderzoek door de consultatiebureauarts voortgezet wordt.
Zodra er een afwijking wordt vastgesteld wordt er een behandeling gekozen die er op gericht is dat de heupkom zich ten goede kan ontwikkelen: de vlakke kom wordt dan dieper en gaat de heupkop beter omvatten.

Omdat kinderen met (het vermoeden van) heupdysplasie hebben een grote bewegingsvrijheid nodig hebben om de heupontwikkeling zo goed mogelijk te laten verlopen, mogen deze kinderen niet ingebakerd worden.

Nadat aanvullend (echografisch) heeft uitgewezen dat er geen afwijkingen zijn, kun je je kindje wel inbakeren.

Je kindje heeft een verhoogde kans op het ontwikkelen van heupdysplasie als:

Als je je kindje inbakert, is het van belang dat je zijn benen tot de leeftijd van 6 maanden voldoende ruimte geeft. Het makkelijkst is dit aan te duiden als de 'kikkerstand'. Anders gezegd: geef je kind de ruimte om zijn benen in de doeken in opgetrokken stand te spreiden en volledig te strekken.

Het is WEL belangrijk de benen te omhullen met stof en de doeken vast te zetten om