De eerste week, wennen aan inbakeren

Regelmaat en inbakeren werken goed, wanneer tijd voor wandelen en badje?Gewenningsfase

Baby’s reageren verschillend op het ingebakerd worden. Als je de doeken op tijd als hulpmiddel gebruikt en je je baby op het juiste moment te slapen legt, zul je versteld staan van het effect: directe ontspanning, rust en slaap.

Oververmoeide baby’s die continue huilen of jengelen, die ‘niets meer willen’ bevinden zich in een vicieuze cirkel, kunnen zich niet ontspannen en verzetten zich tegen alles, ook tegen slapen. Deze baby’s huilen veel, zijn aan de borst of op de arm slechts korte momenten rustig. Als je baby oververmoeid en overprikkeld is geraakt, zou hij ook kunnen gaan huilen in de doeken.

Ouders zien soms op tegen dit huilen, denken dat ze hun baby minstens een half uur moeten laten huilen voordat ze hem weer mogen oppakken. De baby’s die in hun bedje huilen zijn de baby’s die meestal niet gewend zijn om uit zichzelf in slaap te vallen. Het kortdurende huilen hoort voor hen bij het wennen om zelf in slaap te vallen. Wil je meer weten over huilen en inbakeren, lees dan het blog ‘Een vermoeide baby kortdurend laten (uit)huilen’.

Voor een positief en snel effect is het belangrijk om het inbakeren te combineren met regelmaat, voorspelbaarheid, prikkelreductie en kijken naar lichaamstaal (slaapsignalen). Een baby die al een keer over zijn vermoeidheidsgrens geholpen is, nieuwe aandacht heeft gehad of aan teveel prikkels is blootgesteld, zal meer moeite hebben met omschakelen dan een baby die even in een ‘saaie’ box heeft gelegen en bij de eerste geeuw of jengel in zijn bedje wordt gelegd.

Volgens de invullers van de enquete gaf het inbakeren in 84,4% een goed tot uitstekend resultaat. In 1,5% van de gevallen was er geen merkbaar resultaat. De eerste groep ervaart het inbakeren als een wondermiddel.

Dip op de derde dag

Voor welke baby's is inbakeren geschikt?Veel baby’s die in eerste instantie heel goed op het inbakeren reageren, vallen na een paar dagen toch weer terug in hun oude patroon van moeizaam in slaap vallen en kort slapen. Een verklaring zou kunnen zijn dat zij een paar dagen flink hebben bijgeslapen en voor hun doen nooit zo uitgerust zijn geweest. Ze hebben ineens weer nieuwe kracht om zich tegen de slaap te verzetten. Ga niet twijfelen, maar blijf kijken naar baby’s lichaamstaal en de vaste volgorde van slapen-voeden-wakker-slapen-voeden-wakker hanteren. Meestal duurt deze dip maar een dag. Meer informatie over de gewenningsfase.

Ook na een verkoudheid, een drukke dag of een regeldag tijdens de borstvoedingsperiode kan je baby even moeite hebben met slapen. Wat helpt, is dit soort dagen te accepteren, het hoort erbij. Als jij je ertegen verzet, heb je grote kans dat je baby hier ook met onrust op reageert.

Wanneer wandelen of boodschappen doen?

Laat je baby de eerste week zoveel mogelijk thuis. O.a. om zelf vertrouwd te raken met alle randvoorwaarden zoals prikkelreductie, voorspelbaarheid en slaapsignalen. De meeste baby’s hebben na één week een redelijk stabiel slaap-waakritme ontwikkeld. Daarna merk je haast als vanzelf wanneer je het beste even met je baby op stap kunt gaan.

Komt je baby aan het einde van de dag moeilijk in slaap? Dan kun je overwegen om juist dan een uurtje te gaan wandelen. Per kind en per situatie kun je je eigen afwegingen maken. Blijft je baby na een wandeling slapen in de kinderwagen of wordt hij direct weer wakker? Als je ’s ochtends op stap bent geweest, is je kindje dan de rest van de dag van slag of haalt hij tekort aan slaap weer in?

Geef je baby na een drukke dag gelegenheid om weer bij te tanken of te reguleren. Als er eenmaal een goede basis is gelegd, pakt een baby op een rustige dag zijn ritme vanzelf weer op. Dit geldt ook voor baby’s die, bijvoorbeeld als gevolg van een vaccinatie, een onrustige dag hebben gehad.