Lichaamstaal
Interpreteren van slaap- en hongersignalen
Bij een pasgeboren baby lijkt het alsof hij maar op één manier duidelijk kan maken dat er iets aan de hand is, namelijk door te huilen. Een kind maakt echter op veel meer manieren duidelijk waar hij behoefte aan heeft: jengelen, 'druk' doen, je niet meer aankijken, smakken, sabbelen, draaien met het hoofdje (zoeken).
Een baby spreekt zonder woorden.
Direct na het wakker worden heeft je baby voldoende energie om zijn buikje vol te drinken. Een uitgeruste en goed gevoede baby is een tevreden baby die zich goed kan ontwikkelen. Als je baby na verloop van tijd gaat jengelen, zal dat hoogstwaarschijnlijk van vermoeidheid zijn en dus: naar bed.
Slaapsignalen zijn:
- gapen
- bleek worden
- rode wangen of oren
- friemelen aan de oren
- in de ogen wrijven
- je niet meer aankijken
- zich van je afwenden
- jengelen
- 'druk' doen
Leg je baby in zijn bedje bij de éérste slaapsignalen. In de box zie je het beste wanneer je baby aan slapen toe is. Leg jonge baby's nog niet onder een baby-gym. Dit houdt hem te lang wakker en bovendien heeft hij dan geen gelegenheid om zelf de rust op te zoeken. Leg bijvoorbeeld in de box aan één kant een paar speeltjes en laat de andere kant leeg. Zodra je baby zich naar de saaie kant draait, zou hij wel eens moe kunnen zijn.
Ook jengelen en druk doen betekenen meestal dat je baby aan slapen toe is. Leg je hem niet op bed, maar ga je wat met hem doen dan help je hem daarmee over zijn vermoeidheidsgrens heen, hij wordt extra alert en kan het weer even volhouden. Als hij na een poosje humeurig en onregelmatig gaat jengelen en je hem in zijn bedje legt, is hij eigenlijk al té moe om op eigen kracht in slaap te kunnen vallen. Een vermoeide baby wordt meestal ook na korte tijd weer wakker. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar in de praktijk zie je vaak dat een uitgeruste baby veel beter slaapt dan een uitgeputte baby. 'Rekken' werkt meestal averechts.
Een baby die in de wakkere tijd teveel indrukken (prikkels) heeft opgedaan, heeft in de regel ook moeite om in slaap te vallen. Een overprikkelde baby wordt al huilend steeds drukker in zijn bewegingen en draait zijn hoofd weg van licht, speelgoed en mensen. Hoe vermoeider de baby raakt, hoe lastiger het wordt om de verschillende signalen van elkaar te onderscheiden.
Van alle signalen is huilen de meest duidelijke
en meest indringende mogelijkheid die een baby heeft om te communiceren. Als je
goed kijkt naar je baby, zul je merken dat er vaak andere (soorten) signalen aan
het huilen vooraf gaan. Over het algemeen kun je dus zeggen dat huilen in de meeste
gevallen een laat signaal is.
Hongersignalen zijn:
- smakgeluidjes maken
- sabbelen op de handjes
- met de tong over de lipjes 'likken'
- zuigbewegingen maken met de tong
- draaien met het hoofd (zoeken)
Deze vroege hongersignalen zijn bij een uitgeruste baby te zien, bij een (over)vermoeide baby niet. Een oververmoeide of overprikkelde baby kan op een gegeven moment alleen nog maar huilen. Dan is het moeilijk om te in te schatten wanneer je baby honger heeft, daarom is het voorkómen van oververmoeidheid zo belangrijk.