Bakerpraatjes over inbakeren

Vragen en antwoorden als je je baby wilt inbakerenBakerpraatjes zijn (van oorsprong) onjuiste beweringen die bakers deden betreffende conceptie, zwangerschap, bevalling en babytijd. Bakerpraatjes berusten vaak op bijgeloof.
Bron: Wikipedia

Over inbakeren wordt veel beweerd. Op deze pagina lees je mijn antwoorden op de meest gestelde vragen.

Meest gestelde vragen over inbakeren

  1. Is inbakeren slecht voor je baby als je hem borstvoeding geeft? >>
  2. Mis je baby’s (vroege) hongersignalen als je hem inbakert? >>
  3. Krijgt een ingebakerde baby eerder een voedingsritme? >>
  4. Gaat een ingebakerde baby ’s nachts eerder doorslapen? >>
  5. Moet je je ingebakerde baby laten huilen? >>
  6. Baby’s huilen toch niet voor niets? >>
  7. Hoe lang mag je een baby inbakeren? Alleen overdag of ook ’s nachts? >>
  8. Is inbakeren slecht voor de motorische ontwikkeling of baby’s heupjes? >>
  9. Heeft een ingebakerde baby grotere kans op een voorkeurshouding? >>
  10. Hoe zit het met inbakeren, warmtestuwing en wiegendood? >>
  11. Kan een baby te diep slapen waardoor hij stopt met ademhalen? >>
  12. Is inbakeren bewezen effectief? >>
  13. Geeft een baby dragen hetzelfde effect als inbakeren? >>
  14. Heeft inbakeren effect op jullie band, hechting of de ouder-kind-relatie? >>
  15. Wat is normaal babygedrag? >>
  16. Literatuurlijst


1. Is inbakeren slecht voor je baby als je hem borstvoeding geeft?

Onderzoeken naar de relatie tussen borstvoeding en inbakeren zijn uitgevoerd in ontwikkelingslanden en in voormalig Oostbloklanden. In deze landen worden baby’s uit traditie direct na de geboorte ingebakerd inclusief hun hoofdje. Dit is een andere manier van inbakeren en vanuit andere motieven dan het hedendaagse inbakeren in Nederland.

Van de overige onderzoeken is er één onderzoek (uit 1971) waarbij is aangetoond dat hongerige, ingebakerde baby’s minder alert zijn en meer slapen dan hongerige niet-ingebakerde baby’s. Het onderzoek is uitgevoerd bij baby’s van 6 weken oud (1).

Het doel van het inbakeren-van-nu is een vermoeide baby die niet kan slapen, daarbij te helpen. Dit komt ook de borstvoeding ten goede. Baby’s die oververmoeid zijn, hebben onvoldoende energie om te drinken, drinken slordig, onvoldoende of zijn onrustig aan de borst, met nadelige gevolgen van dien. Een uitgeruste baby kan rustig en effectief drinken.

Baby’s die alleen maar hazenslaapjes doen, komen niet aan het diepere stadium van slapen toe. Dit zijn de baby’s die de hele dag half hongerig en half moe zijn en continue ontevreden lijken. Door je baby in te bakeren krijg je beter zicht op wat hij nodig heeft en op welk moment.

Baby’s die te lang slapen (ook niet ingebakerde) kun je het beste oppakken als ze in een lichte slaapfase liggen. Dit kun je zien aan hoofd-, oog- en mondbewegingen, fronsjes, stuiptrekkinkjes en lachjes.

Inbakeren kan de borstvoeding redden als je baby oververmoeid is. Baby voeden op verzoek, maar ook slapen op verzoekGoede informatie over inbakeren is erop gericht om de zogenaamde stille ondervoeding te voorkomen. Daarom is enige terughoudendheid bij het inbakeren van pasgeboren baby’s op zijn plaats. Kijk, bij het zoeken naar een oorzaak van onrust, altijd naar het totaalplaatje. Een baby kan aan de borst in slaap vallen door een trage melkstroom, maar ook omdat hij te moe is om te drinken. Een baby kan onrustig zijn aan de borst vanwege spruw, een kort tongriempje of een sterke toeschietreflex. Hij kan ook ongeduldig of overprikkeld zijn en overstrekken.

Als inbakeren niet nodig is, maar een veilige omhulling wel gewenst, dan bestaat er voor pasgeborenen de manier van het inwikkelen, hierbij ligt een baby in foetushouding met zijn handjes bij zijn gezicht.

naar boven naar boven


2. Mis je baby’s (vroege) hongersignalen als je hem inbakert?

Laat een jonge ingebakerde baby niet te lang slapen, minimaal elke 3 uur voeden en let op hongersignalen in lichte fase van slaapHet enige hongersignaal dat je bij je ingebakerde baby niet kan zien is het sabbelen op zijn handjes. Er zijn meer hongersignalen:

  1. onrustig slapen
  2. draaien met hoofdje
  3. ontwaken
  4. likken op de lippen
  5. smakken
  6. zuigbewegingen met de tong

Leg je baby in elk geval direct aan tijdens of na het wakker worden. Niet wachten tot hij huilt van de honger en niet wachten tot de klok aangeeft dat het tijd is om te drinken.

Een uitgeruste baby kan goed happen, krachtig zuigen en zijn buikje vol drinken. Bij borstvoeding bied je beide borsten aan. De eerste borst goed leeg laten drinken en de tweede net zo lang hij wakker is en nog wil drinken. Als je baby loslaat of bijna in slaap valt, is het voedingsmoment voorbij. Vervolgens is er gelegenheid om even te knuffelen en te spelen. Laat je baby na het samen spelen even alleen. Vanaf ongeveer 6 weken komt hij aan de box toe.

Tijdens het alleen spelen gaat je baby op een gegeven moment gapen, wegkijken, ‘druk’ doen of jengelen. Dit betekent niet dat hij zich eenzaam voelt, zich verveelt of honger heeft. Het betekent dat hij moe is en rust nodig heeft. Leg je baby dan te slapen op een veilige, vaste en rustige plaats waar hij even niet meer belast wordt met prikkels.

Als je een regelmaat van slapen-voeden-wakker-slapen-voeden-wakker aanhoudt, leer je als vanzelf honger- van slaapsignalen te onderscheiden. Ook merk je duidelijk verschil tussen ‘gewone’ dagen en regeldagen.

naar boven naar boven


3. Krijgt een ingebakerde baby eerder een voedingsritme?

Hiermee wordt meestal een ritme op de klok bedoeld. Een vaste volgorde van slapen-voeden-wakker is echter ook een ritme, wat veel natuurlijker is voor je baby dan hem voeden om de 3 uur of 4 uur. Als je het patroon van slapen-voeden-wakker volgt, kun je je baby voeden op verzoek, namelijk zodra hij wakker wordt. Dit geldt zowel voor borstvoeding als voor voeden met de fles.

Bij kunstvoeding redden veel baby’s het niet met het voorgeschreven aantal voedingen. Ook al moet je bij kunstvoeding rekening houden met een maximum hoeveelheid voeding per etmaal, dan betekent dat nog niet dat je precies het schema op de verpakking moet aanhouden. Waarom zou je niet méér voedingen mogen geven en dan minder per fles? Waarschijnlijk ‘doet’ je baby het daarop veel beter. Als je aan wilt sturen op een bepaald aantal voedingen ben je drukker met rekken en bedenken hoe je de dag door moet komen, dan dat je gewoon wat vaker voedt en je baby tevreden is.

Tegenwoordig gaan er steeds meer geluiden op dat vaker voeden met kleinere porties helpt om obesitas op latere leeftijd te voorkomen. Een langzame oprekking van baby’s maagje is het beste. Wil je hier meer over weten, lees dan dit blog.

Rekenvoorbeeld: Stel, je baby is 6 kg. Dan mag hij 900 cc per etmaal. Je mag dit bijvoorbeeld verdelen over 7x 130 cc of 6x 150 cc of 5x 180cc.

Er bestaan schema’s van wakkere tijden, slaaptijden en aantal voedingen per etmaal. Mijns inziens is alleen het schema van de wakkere tijd kloppend en goed bruikbaar in de praktijk. Hoe lang een baby per keer slaapt is namelijk niet te voorspellen. Als je baby wakker wordt en het is nog geen ‘tijd-voor-de-voeding’ denk dan niet dat je iets fout doet of dat je baby te kort heeft geslapen. Ga niet rekken en je baby bezighouden tot de klok vertelt wanneer je kindje honger heeft. Dit geeft alleen maar meer onrust en zodra je baby wel mag drinken ‘valt hij aan’ met lucht happen en krampjes tot gevolg.

Verder kun je zo goed mogelijk randvoorwaarden scheppen zodat je baby kán slapen, maar verder kun je niet veel invloed op uitoefenen op de slaapduur.

naar boven naar boven


4. Gaat een ingebakerde baby ’s nachts eerder doorslapen?

Baby door inbakeren doorslapen, hoe lang mag een jonge baby slapen?Als je jonge baby overdag nauwelijks slaapt en je hem voor de nacht inbakert, heb je kans dat hij eerder doorslaapt. Dat komt dan vooral omdat je baby door- en doormoe is. De doeken helpen hem dan om een lange ruk te maken. Dit is echter geen gezond slaappatroon! Een baby heeft overdag ook rust, ontspanning en slaap nodig.

Doorslapen is fijn voor ouders, maar voor jonge baby’s onnatuurlijk. De meeste baby’s worden de eerste maanden één of twee keer wakker. Een ingebakerde baby slaapt doorgaans wel gemakkelijk verder na een nachtvoeding. Hoewel niet aaneengesloten, is dit in wezen doorslapen. Een baby die overdag goed slaapt, zal ’s nachts 3 à 4 uur achtereen slapen. Dit is normaal voor een jonge baby. Slaapt hij langer achtereen, dan heb je geluk.
Meer informatie over nachtvoedingen en gebroken nachten.

naar boven naar boven


5. Moet je een ingebakerde baby laten huilen?

Moet je een ingebakerde baby laten huilen?Niets moet. Baby’s die gaan huilen in de doeken, huilen meestal omdat ze vreselijk moe zijn. Een oververmoeide baby doe je nergens een plezier mee en reageert op alles wat vreemd is en wat hij niet begrijpt.

Als je je baby een ritme wilt leren zonder huilen, zul je daar waarschijnlijk wel een manier voor vinden. De meeste ouders vinden een inslaaphuil acceptabel zolang het tijdelijk is en naar verbetering van de slaap leidt.

Aan het huilen van je baby kun je als ouders horen wat het betekent. Je hebt misschien de neiging om direct te reageren als je baby huilt, maar luister eens hoe het klinkt en bedenk wat hij nodig heeft. Dat kan heel goed slaap zijn.

Denk niet dat je je ingebakerde baby niet meer mag oppakken, dat je moet doorzetten totdat hij in slaap valt, hoe lang hij ook huilt. Doorzetten om het doorzetten: nooit doen. Informeer jezelf, lees over regelmaat en lichaamstaal en besluit of dit een aanpak is die bij je past.

Een baby die compleet oververmoeid is, reageert op inbakeren met óf opluchting en ontspanning (eindelijk kunnen slapen) óf met verzet. Verzet is wat hij heeft geleerd: vechten tegen de slaap. Bij die baby’’s kan een inslaaphuil tijdens de eerste dagen inbakeren erbij horen om het tij te keren. Meer over huilen.

Start met inbakeren bij het eerste slaapje van de dag. Kijk naar de wakkere tijd die bij de leeftijd van je baby hoort en wacht zijn vermoeidheidssignalen af. Op dat moment baker je hem in en ga je beginnen met de regelmaat.

naar boven naar boven


6. Baby’s huilen toch niet voor niets?

Een baby huilt niet voor nietsBij 97% van de baby’s die veel huilen is geen sprake van een lichamelijke oorzaak (2). Bij een lichamelijke oorzaak zijn er meestal meer symptomen dan veel huilen, overstrekken, slecht drinken of moeizaam slapen. Bij deze symptomen kan er namelijk zovéél aan de hand zijn! Voor ouders meestal moeilijk te ontdekken. Helaas worden zij nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd, niet serieus genomen of ontmoeten zij deskundigen die alleen vanuit hun eigen vakgebied kijken.

Geen lichamelijke oorzaak wil niet zeggen dat baby’s geen reden hebben om te huilen. Baby’s kunnen ook huilen van honger of moeheid. Huilen in relatie tot slapen zie ik het zo: Er zijn veel baby’s die even jengelen of huilen voordat ze in slaap vallen. Dit heeft te maken met de omschakeling van prikkels naar ontspanning. Huilen betekent ook ontlading.

Als een baby niet kan slapen, wordt maar al te vaak de tip: ‘laat-hem-maar-even-huilen’ gegeven. Ouders willen dit niet, het gaat in tegen hun gevoel. Echter, hoe meer grenzen vervagen, hoe meer voor ouders toch de ‘laten doorhuilen-methode’ in beeld komt; als wanhoopsactie. Meestal is het drama dan compleet omdat een baby langdurig laten huilen niets oplost. Meestal huilt je baby alleen maar harder en langer en zullen stress en schuldgevoel verder toenemen. Oververmoeidheid gaat niet zelden over in overspannenheid of depressie.

Hoe kun je voorkomen dat je in een vicieuze cirkel van oververmoeidheid, wanhoop en irritatie terecht komt? Mijns inziens door je baby met kleine stapjes enige zelfstandigheid aan te leren. Dat betekent niet dat je je baby aan zijn lot moet overlaten en hem maar laten huilen. Het betekent wèl dat je er voor je baby bent (in lichaam of geest) wanneer hij huilt. Hij probeert je tenslotte wat te vertellen. Dat betekent ook dat je hem neerlegt/met rust laat zodra aan zijn behoeftes is voldaan (3).

Probeer voor zover mogelijk na te gaan of er een oorzaak is van de onrust bij je baby. Oververmoeidheid kan een oorzaak zijn, maar meestal is het een combinatie van factoren. Een vermoeide baby is vaak half hongerig en half moe. Een baby die geslapen heeft, gaat ‘zoeken’, maar een baby die moe is, vertoont ook hongersignalen. Een vicieuze cirkel ligt op de loer. Onzekerheid over de voeding kan ervoor zorgen dat je je baby (te) snel uit zijn bedje pakt en hem daarmee uit zijn slaap houdt.

Als je in een ritme wilt komen met je baby, hou je dan aan een vaste volgorde van slapen-voeden-samen spelen alleen spelen. Voed je baby tijdens of gelijk na het wakker worden. Wacht niet tot hij gaat huilen. Breng je baby naar bed zodra je ziet dat hij moe is, wacht niet tot hij gaat huilen van de moeheid.

Beperk de hoeveelheid prikkels voor je kleintje. Laat hem niet van hand tot hand gaan. Neem hem niet overal mee naar toe. Let op de hoeveelheid licht en geluid. Een jonge baby kan zich nog niet afsluiten, alle prikkels komen ongefilterd binnen. Niet alle baby’s gaan er van huilen. Sommige baby’s worden heel alert en blijven door de aanhoudende stroom prikkels onnatuurlijk lang wakker. Als een spons nemen ze alles in zich op, totdat ze niet meer kunnen en het uitschreeuwen.

naar boven naar boven


7. Hoe lang mag je een baby inbakeren? Alleen overdag of ook ’s nachts?

Baby overdag inbakeren of ook 's nachts?Inbakeren hoort bij slapen. Als je baby wakker wordt, pak je hem uit de doeken voordat je hem voedt. Tijdens nachtvoedingen kun je je baby ingebakerd laten als hij niet verschoond hoeft te worden. Als hij ingebakerd niet goed drinkt, kun je hem beter eerst uit de doeken halen.

Baby’s slapen veel. Je baby mag tijdens alle slaapjes ingebakerd liggen. Zijn armen liggen naast zijn lichaam in plaats van omhoog, maar dit is geen geforceerde houding. Je baby kan zijn armen (ellebogen) in de doeken licht buigen, wat de meeste baby’s ook doen omdat dit prettiger ligt.

Baby’s beentjes horen net zoveel ruimte te hebben als in een trappelzak of slaapzak. Voor een goede heupontwikkeling is het nodig dat je baby zijn beentjes in opgetrokken stand kan spreiden (kikkerstand) en ook volledig kan strekken. Voor de geborgenheid en de veiligheid is het belangrijk dat de benen ook in doeken gehuld zijn en dat de doek aan de onderkant gesloten is. Voetjes vrij geeft onrust en een verhoogde kans op draaien naar de buik wat niet veilig is.

naar boven naar boven


8. Is inbakeren slecht voor de motorische ontwikkeling of baby’s heupjes?

Inbakeren is een hulpmiddel voor baby’s die zonder doeken nauwelijks slapen. Baby’s motorische ontwikkeling wordt o.a. door langdurige oververmoeidheid ongunstig beïnvloed worden. Je baby heeft rust nodig om in de wakkere tijd voldoende kracht te hebben om te ontwikkelen en te oefenen.

De motorische ontwikkeling wordt sterk beïnvloed door welke houding je baby aanneemt wanneer hij wakker is en de activiteiten die je als ouders onderneemt met je baby.

Hoe rekening houden met heupjes bij ingebakerde baby?Laat je baby tijdens het spelen voldoende tijd doorbrengen op zijn buik en stimuleer zo de ontwikkeling van zijn arm-, rug- en nekspieren. Gebruik autostoeltjes alleen als vervoermiddel en gebruik andere babystoeltjes in de eerste 3 maanden liever niet. Meer informatie over het gebruik van stoeltjes bij jonge baby’s.

Een heupafwijking is aangeboren. Inbakeren veroorzaakt geen heupdysplasie. Inbakeren kan een mogelijk aanwezige heupafwijking wel ongunstig beïnvloeden. Omdat meestal niet meteen bij de geboorte duidelijk is of een baby een heupafwijking heeft, moeten baby’s beentjes uit voorzorg voldoende ruimte hebben in de doeken. De doek mag strak tot op zijn heupjes. Als zijn beentjes ontspannen in kikkerstand kunnen liggen, worden de heupjes niet belast.

Het is wel belangrijk de beentjes te omhullen met stof en de doeken vast te zetten:

  • om te voorkomen dat de doeken opstropen tot over baby’s gezichtje
  • om te voorkomen dat je kind met zijn voetjes kan afzetten en gaat omrollen in de doeken
  • om je baby gevoel van warmte, geborgenheid en veiligheid te geven.

naar boven naar boven


9. Heeft een ingebakerde baby een grotere kans op een voorkeurshouding?

Hoewel slapen op de rug de belangrijkste oorzaak lijkt te zijn van schedelvervorming werd in onderzoek (4) geen duidelijk verband gevonden tussen slapen in rugligging en Deformatieve Plagiocefalie (schuine afplatting van het hoofdje). Slapen op de rug is nooit de enige oorzaak van de ontwikkeling van een voorkeurshouding. Het wordt pas een risicofactor in combinatie met andere risicofactoren zoals een eerstgeborene, bij meerlingen, een vertraagde motorische ontwikkeling en positionele voorkeur, bijvoorbeeld tijdens het drinken.

Als je je baby inbakert, is er geen reden om extra bang te zijn voor het afplatten of scheefgroeien van het hoofdje van je baby. Net als bij alle baby’s krijg je tips om het ontwikkelen van een voorkeurshouding te voorkomen. Een uitgebreid blog over voorkeurshouding schreef ik naar aanleiding
van het uitkomen van de richtlijn (mei 2012) over dit onderwerp.

naar boven naar boven


10. Hoe zit het met inbakeren, warmtestuwing en wiegendood?

Inbakeren helpt je baby om te wennen aan rugligging, deze slaaphouding is meest veiligHet inbakeren zelf is géén factor bij wiegendood. Het enige dat uit onderzoek is gebleken is dat een baby die ingebakerd op zijn buik ligt een grotere kans heeft om te overlijden dan een baby die niet ingebakerd op zijn buik ligt. Vandaar dat alle informatie rondom inbakeren doorspekt is met informatie om het draaien op de buik te voorkomen. Het is moeilijk daarin een balans te vinden. Er moet voor gewaarschuwd worden zonder de ouders té angstig te maken.

De Stichting Wiegendood is betrokken geweest bij het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van inbakeren. Er was interesse naar deze interventie omdat het wellicht het wiegendoodcijfer verder kon terugdringen door rust, regelmaat, vermindering van het huilen en de rugligging.

Inbakeren is een goede methode om baby’s aan rugligging te laten wennen, de voor hen meest veilige slaaphouding. Sommige ouders van baby’s die overmatig huilen, leggen hun baby op zijn buik te slapen omdat hij dan meestal beter slaapt (5). Buikligging is in Nederland echter nog steeds de grootste risicofactor ten aanzien van wiegendood (6).

De veiligheid van inbakeren is afhankelijk van welk materiaal je gebruikt, de ‘techniek’ van het inbakeren en in hoeverre je de adviezen bij het inbakeren horen opvolgt. Doeken die niet goed (vast) zitten kunnen opstropen naar boven (voor baby’s mondje). Doeken die te los zijn, maken het baby’s makkelijker om te draaien.

Het risico van oververhitting ligt niet aan het inbakeren zelf of aan de mate van strakheid, maar aan de gekozen materialen en de materialen van kleding en bedbekleding. Of door een veel te warme omgevingstemperatuur. Zet je ingebakerde baby geen mutsje op en als je baby gevaccineerd is of koorts heeft, mag je hem niet inbakeren.

Bij onderzoek bij gezonde baby’s tussen twee weken en drie maanden oud, bleek dat door inbakeren de huidtemperatuur steeg, maar de rectaal genomen temperatuur niet (7). In een ander onderzoek onder gezonde pasgeborenen die ingebakerd, onder 5 dekens, met mutsje op in een slaapkamer van 26,6°C te slapen werden gelegd, bleek dat de rectale temperatuur gemiddeld 0,56°C steeg (8).

In de periode 1996-2001 zijn 136 kinderen overleden aan wiegendood. (9)
23 kinderen overleden aan warmtestuwing. Bij slechts 2 van deze kinderen was sprake van geen enkele risicofactor, geen buik- of zijligging, geen dekbed of hoofdkussen, ouders rookten niet. Inbakeren als onafhankelijke risicofactor wordt in de literatuur niet beschreven.

Zo lang je alle aanwijzingen op het gebied van slaaphouding, lichaamstemperatuur, omgevingstemperatuur, bed opmaken, slaapkleding en bedbekleding goed opvolgt, hoef je niet bang te zijn voor warmtestuwing. Laat je bij twijfel hierover deskundig informeren en adviseren.

naar boven naar boven


11. Kan een baby te diep slapen waardoor hij stopt met ademhalen?

Bij ingebakerde baby’s treden minder arousals* op. Of ze werkelijk dieper slapen weet ik niet. Ik ken geen voorbeelden van ingebakerde baby’s die zonder enige aanwijsbare reden zijn overleden. Misschien is het omgekeerde waar: dat baby’s die meer arousals ervaren, beweeglijker in bed zijn en daardoor eerder in een gevaarlijke positie terecht komen (10).

* Arousal = verhoogde staat van activiteit of opwinding die optreedt na externe prikkels of zomaar spontaan.

Enkele wiegendoodcijfers: In de periode 1996-2001 zijn 136 kinderen overleden onder het beeld van wiegendood
(9). Bij 29 van de 136 wiegendoodkinderen waren álle voorzorgsmaatregelen goed in acht genomen. Het vermoedelijke tijdstip van overlijden van deze kinderen was opvallend, namelijk overwegend overdag: 23 van de 29 kinderen zijn overleden tussen 8.00 en 20.00 uur.

Plaats van overlijden:
11 thuis in wieg, spijlenbedje of campingbedje
9 in bedje op kinderdagverblijf of bij gastouders
3 kinderen thuis in de box
3 samen met ouders in een groot bed
2 alleen in een groot bed
en 1 in een draagdoek
14 kinderen waren zelf op de buik gedraaid, 11 kinderen lagen met het gezicht omlaag.

Wat kun je met deze cijfers? Weinig. Misschien concluderen dat de kans op wiegendood zeer klein is en als je alle adviezen goed opvolgt, nóg kleiner. Laat je baby het eerste half jaar in je nabijheid slapen, niet allen ’s nachts maar ook overdag. Als je druk bent met andere kinderen, ga regelmatig bij je slapende baby om het hoekje kijken. Hou een onzichtbaar lijntje met je baby.

naar boven naar boven


12. Is inbakeren bewezen effectief?

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ingebakerde baby’s:

  1. meer slapen en minder huilen
  2. zich neurologisch beter ontwikkelen
  3. sneller herstellen na pijnlijke ingreep
  4. rugligging beter accepteren

ad 1. Beter slapen en minder huilen
Inbakeren geeft rust aan baby’s die overbeweeglijk zijn en niet zelfstandig in slaap kunnen vallen. Baby’s worden, eenmaal gehuld in doeken, beduidend rustiger, hebben een lagere hartslag en een regelmatige ademhaling, slapen meer en huilen minder. Vooral de REM-slaap neemt toe. Vaak wordt een baby tijdens de handeling van het inbakeren zelf al rustiger (11).

Inbakeren vermindert het huilen bij baby’s met een hersenbeschadiging. Baby’s die hersenschade oplopen zijn vaak extra gevoelig voor prikkels en hebben een moeilijke gedragsoriëntatie. Overmatig huilen komt bij hen dan ook vaker voor. Inbakeren scherpt het vermogen aan om met stress om te gaan, alert te blijven en aandacht te focussen op aandachtsgerichte taken.

ad 2. Betere neurologische ontwikkeling
De neurologische ontwikkeling van baby’s met een zeer laag geboortegewicht (< 1250 gram) verloopt bij ingewikkelde baby’s (in foetushouding) beter dan bij baby’s die niet ingewikkeld worden (12).

Ingewikkelde kinderen hebben een betere oog-hand-mondcoördinatie waardoor zij zichzelf gemakkelijker kunnen troosten. Ook hebben ingewikkelde kinderen een hogere pijndrempel, kunnen zijn prikkels beter verwerken en scoorden zij beter op het vlak van primitieve reflexen.

ad 3. Sneller herstel na pijnlijke ingreep
Ingebakerde baby’s herstellen gedragsmatig en fysiologisch sneller na een pijnlijke ingreep. Niet-ingebakerde baby’s hebben bijvoorbeeld tot 10 minuten nodig om gedragsmatig en fysiologisch te herstellen van een hielprik. Ingebakerde baby’s hebben zo’n 3 minuten nodig om terug te keren naar de basislijn voor wat betreft gedrag, hartfrequentie en gelaatsuitdrukking. Naast zuigen, licht dimmen, zachte muziek, kangeroeën kan inbakeren dus toegevoegd worden in het rijtje van effectieve pijninterventies waarbij geen medicatie nodig is (13).

ad 4. Rugligging beter accepteren
Ingebakerde baby’s in rugligging worden minder vaak wakker tijdens de NREM-slaap (diepere stadium van de slaap). Tijdens de REM-slaap (de lichte slaap) kunnen ze gemakkelijker verder slapen dan niet ingebakerde kinderen (10).

naar boven naar boven


13. Geeft een baby dragen hetzelfde effect als inbakeren?

Een baby inbakeren is niet hetzelfde als dragen. Het één is niet beter dan het andere, afwisselen kan ook primaIn een onderzoek naar het effect van dragen op het huilgedrag van baby’s werden moeders met baby’s van 3 weken in twee groepen verdeeld. De ene groep moeders droeg hun baby zoveel als zij gewend waren. Dit bleek gemiddeld 2,7 uur per dag te zijn, voornamelijk tijdens het voeden. De andere groep kreeg de opdracht hun baby tenminste 3 uur per dag te dragen, ook als ze niet huilden. Deze groep moeders droeg hun baby’s gemiddeld 4,4 uur.

De baby’’s in de eerste groep huilden 1,7 uur per dag in week 3, 2,2 uur in week 6 en 1,3 uur per dag in week 12; een bekend patroon. De baby’s in de andere groep huilden in het begin evenveel, 1,2 uur in week 6 en 1 uur in week 12; in deze groep geen huilpiek in de zesde week. Het verschil tussen de twee groepen was in de avond het grootst. De baby’s in de tweede groep huilden minder, maar sliepen of dronken niet meer. Ze dronken wel vaker, maar korter (14).

Mijns inziens is inbakeren niet hetzelfde als dragen. Ook is het ene niet beter dan het andere. Wat het beste is, is wat bij je baby, bij jou en jullie situatie past. Dat kan ook een combinatie van dragen en inbakeren zijn.

Als je het belangrijk vindt dat je baby op een gegeven moment zelfstandig in slaap kan vallen, dan kan ik je aanraden om je te verdiepen in regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie. Begin hier op tijd mee, bij baby’s vanaf ongeveer 4 maanden wordt het steeds moeilijker om hun slaap-waak-ritme bij te sturen.

Mijn ervaring – en ook dat van collega’s – is dat dragen bij zogenaamde prikkelbare (hoog gevoelige) baby’s niet helpt zoals hierboven beschreven. Als je je gevoelige baby veel draagt ervaart hij namelijk ook prikkels. Prikkelbare baby’s hebben het nog het meest naar hun zin als ze (op tijd) even met rust gelaten worden.

Uitspraak van een moeder:
“Ons kereltje vertoonde overprikkeld gedrag. Het was een baby-jongetje dat naarmate hij meer getroost werd (op de arm, in bed of in de draagdoek) steeds heviger ging huilen. Een baby die altijd bij mamma KAN slapen is naar mijn gevoel wel in het voordeel, maar ons jongetje kreeg dit niet voor elkaar. En ik ook niet met nog twee intensieve zusjes aan het front.”

Een combinatie van rust, regelmaat en inbakeren kan ver bij je vandaan staan. Het is een manier om onrust bij je baby te voorkomen of te verhelpen, maar zeker niet de enige. Laat het inbakeren varen als je voelt dat het niet bij je past. Veel dragen is een andere manier, ook dit past niet bij alle baby’s, alle ouders en in alle situaties. Ik ken moeders die hun baby veel bij zich droegen, maar toch vastliepen in de zorg voor hun baby en overige kinderen. Doe wat goed voelt en stel bij wanneer nodig. Als gevoel en verstand in balans zijn en blijven, dan straal je dat ook uit naar je baby.

naar boven naar boven


14. Heeft inbakeren effect op jullie band, hechting of ouder-kind-relatie?

Als er sprake is van een verstoorde hechting, ligt dit meestal aan meerdere factoren. Veel huilen en/of slaapproblemen zijn een bedreiging voor de ouder-kindrelatie. Een verstoorde ouder-kindrelatie kan leiden tot probleemgedrag bij je baby en uiteindelijk ook tot hechtingsproblemen. Veel huilen kan dus de óórzaak zijn van problemen in de ouder-kindrelatie, maar ook het gevólg ervan. Inbakeren kan dit niet oplossen, maar ook niet veroorzaken.

Gevolgen van overmatig huilen en slaaptekort vragen om tijdige aandacht:

  • voortdurende stress
  • concentratieproblemen
  • vergeetachtigheid
  • verhoogde ademhaling/hartslag
  • depressiviteit
  • paniekaanvallen
  • sociaal isolement
  • relatieproblemen
  • verlies van gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen

Aanhoudend huilen kan leiden tot kindermishandeling. In 95% van de gevallen van Shaken Infant Syndrome (het door elkaar schudden van de baby) was huilen de aanleiding (15).

Rust, regelmaat en inbakeren moet in kwetsbare situaties nooit als ‘plat’ antwoord of als oplossing aangedragen worden. Het kan een onderdeel zijn van een aanpak om stapje voor stapje een situatie te verbeteren.

naar boven naar boven


15. Wat is normaal babygedrag?

Dit is een zeer brede discussie waarover waarschijnlijk altijd verschil van mening zal blijven bestaan. Mag je van een jonge baby verwachten dat hij op zijn eigen kamer in zijn eigen bedje op eigen kracht in slaap kan vallen? Kan het kwaad een baby te laten huilen? Kun je een baby nu wel of niet verwennen? Willen de ouders-van nu teveel? Te snel?

Als we in een niet-westerse maatschappij zouden leven, zouden er waarschijnlijk dagelijks familieleden in de buurt zijn om een baby vast te houden of andere bezigheden uit handen te nemen. Onrustige baby’s hebben in feite moeite zich aan te passen in de (westerse) wereld waarin zíj zijn terecht gekomen. Mijns inziens is het goed daar rekening mee te houden. Stem je leven waar mogelijk af op je baby en niet andersom. Een baby is nieuw leven en geeft je een nieuw leven.

Onze samenleving niet ingesteld op ouders met kinderen. Taken als zorg voor kinderen en een baan buitenshuis betekenen vaak een dubbele belasting. Het is moeilijk om dit zodanig op elkaar af te stemmen dat aan ieders behoefte wordt voldaan. Vrouwen in onze cultuur staan er al snel na de bevalling weer alleen voor. Zij missen praktische hulp bij het dagelijkse werk en missen structurele steun bij opvoedings- en (borst)voedingsvragen. Bovendien kennen we in Nederland – in vergelijking met andere Europese landen – een kort bevallingsverlof. Als je weer aan het werk gaat, ben je vaak nog lang niet gewend aan de nieuwe verandering in je leven en ben je emotioneel nog niet terug in balans. Intussen wordt er van je verwacht dat je de draad gewoon weer oppakt en moet je tussen de bedrijven door vaak behoorlijk voor je kolf- of voedingsrechten opkomen. Je krijgt tijd (en als je geluk hebt een geschikte ruimte) om te kolven, maar intussen moet hetzelfde werk in minder tijd gebeuren. Veel moeders raken overbelast.

Verwacht niet dat je jonge baby na een paar maanden in staat is om 8 uur achtereen in zijn eigen bed te slapen. Ook al is de meest gestelde vraag: “En… slaapt hij al door?” Gebroken nachten van een half jaar (of langer) zijn eerder regel dan uitzondering en volkomen normaal. Leer om ‘mee te bewegen’ met je baby en probeer realistische verwachtingen te hebben, dat bespaart je veel teleurstellingen en energie.

naar boven  naar boven


Literatuurlijst

  1. ‘Hunger en motor restraint on arousal and visual attention in the infant’’, S.L. Giacoman. Child Development, 42 p. 605-614, 1971.
  2. ‘Oorzaken, behandeling en beloop van zuigelingen die vanwege excessief huilen waren opgenomen op de kinderafdeling van de Isala Klinieken te Zwolle 1997-2003’,
    J.E. Nooitgedacht, P. Zwart en P.L.P. Brand. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2005, nr. 149 p. 472-477.
  3. ‘Wat je baby vertelt. Secrets of the Babywhisperer’, Tracey Hogg, 2001.
  4. ‘Risk Factors for Deformational Plagiocephaly at Birth and at 7 Weeks of Age: A Prospective Cohort Study’ Leo A. van Vlimmeren, Yolanda van der Graaf,
    Magda M. Boere-Boonekamp, Monique P. L’Hoir, Paul J.M. Helders, Raoul H.H. Engelbert. Pediatrics Vol. 119 No. 2 February 1, 2007 pp. e408 -e418.
  5. ‘Concept-richtlijn Aanpak van excessief huilen bij zuigelingen’, Beroepsverenigingen AJN, V&VN, NVDA en de Richtlijn Advies Commissie van het
    RIVM/Centrum Jeugdgezondheid ingebracht in het traject van de ontwikkeling van een multidisciplinaire richtlijn in het ZONMW-KKCZ programma over hetzelfde
    onderwerp, 2009.
  6. ‘Wiegendood en huidige risicofactoren, interne rapportage’,Landelijke Werkgroep Wiegendood (LWW), 1999.
  7. ‘The effects of bundling on infant temperature’, G. Grover, C.D. Berkowitz, R.J. Lewis, M. Thompson, L. Berry en J. Seidel. Pediatrics, 94 (5) p. 669-673, 1994.
  8. ‘Effect of bundling and high environmental temperature on neonatal body temperature’, T.L. Cheng en J.C. Partrigde. Pediatrics, 92 (2) p. 238-240, 1993.
  9. ‘Wiegendood, ervaringen en inzichten’, G.A. de Jonge, M.P. l’Hoir, J.H. Ruys en B.A. Semmekrot, 2002.
  10. ‘Spontaneous arousals in spine infants while swaddled and unswaddled during rapid eye movement an quiet sleep’, C.M. Gerard, K.A. Harris en B.T. Thach,
    Pediatrics 6, Vol. 110, december 2002.
  11. ‘Cumulative effects of continuous stimulation on arousal levels in infants’, Y. Brackbill, Child Development 42 p. 17-26, 1971.
  12. ‘The effect of swaddling versus standard positioning on neuromuscular development in very low birth weight infants’, M.A. Short, J.A. Brooks-Brunn,
    D.S. Reeves, J. Yeager en J.A. Thorpe. Neonatal Network, 15 (4) p. 25-31, 1996.
  13. ‘Swaddling after heel lance: age-specific effects on behavioural recovery in preterm infants’, I. Fearon, B.S. Kisilevsky, S.M. Hains, D.W. Muir en
    J. Tranmer. Journal of developmental and behavioural pediatrics, 18 (4) p. 222-232, 1997.
  14. ‘Increased carrying reduces infant crying: a randomized controlled trial’, A. Hunziker, and R. Barr, Journal of Pediatrics 77: 641-648, jan. 1986.
  15. Aanpak bij vermoeden van kindermishandeling. Aanzet tot een richtlijn voor huisartsen en personeel op spoedongevallendiensten. Wetenschappelijke
    Vereniging Vlaamse Huisartsen, L. Pas, L. Aertssen, E. Reynders, V. Saliez en S. Leconte, 18 april 2005.

naar boven  naar boven