Rust en regelmaat
Sommige baby's kunnen goed met onregelmatigheid omgaan, maar de meeste baby's hebben behoefte aan een overzichtelijk en voorspelbaar leventje.
De basis voor een verbetering van de slaap is regelmaat. Géén regelmaat
op de klok,
maar een terugkerend patroon van gebeurtenissen: slapen-voeden-knuffelen-box.
Stem deze regelmaat af op de signalen en
het tempo van je baby.

Slaap -> naar bed. Alle slaapsignalen. |
Wakker -> voeden. Alle hongersignalen. |
Let eens op de signalen die voorafgaan aan het huilen. In een vaste volgorde van slapen-voeden-wakker, herken je steeds beter het verschil tussen slaap- en hongersignalen.
Zorg dat je baby in de wakkere tijd niet meer indrukken opdoet dan hij aankan (rust) en leg je baby op tijd in zijn eigen bedje volgens een vast ritueeltje. Daarmee geef je hem de kans om op eigen kracht en rustig in slaap te vallen.
Deze regelmaat kun je toepassen met of zónder hulp van inbakerdoeken. Inbakeren helpt je baby in slaap te vallen en langer te slapen. Als de regelmaat tot een gewoonte is geworden en je goed kunt zien aan je baby wat hij nodig heeft, worden de inbakerdoeken als hulpmiddel overbodig.
Rust = beperken van externe prikkels.
Regelmaat = vaste volgorde van gebeurtenissen (slapen-voeden-wakker).
Als je baby onrustig is, word je als ouders gemakkelijk 'ingeschakeld' in deze onrust. Vooral als je je baby voedt op de klok. Als je wacht tot het tijd is voor een voeding, dan is je baby al weer moe op het moment dat hij gevoed wordt en gaat hij waarschijnlijk half liggen dutten tijdens het drinken. Gevolg: buikje halfvol en half moe. Wachten, rekken en sussen kost tijd, is vermoeiend en veroorzaakt onrust. Zowel bij je baby als bij jezelf. Voed je baby daarom direct na het wakker worden.
Een voorbeeld: een uitgeruste baby van 5 weken oud kan maximaal een uur wakker zijn inclusief de voeding. Als je na het wakker worden wacht met voeden, dan wordt je baby ook weer moe. Hij kan gaan huilen en lucht happen waar hij krampjes van krijgt. Of hij gaat slordig en niet effectief drinken. Binnen een paar minuten ligt hij te dutten aan je borst of aan de fles. Gevolg: halfvolle buik. Om over het gebrek aan achtermelk bij borstvoeding nog maar niet te spreken. Een baby die over zijn vermoeidheidsgrens heen gaat, raakt overprikkeld en ook slapen op een halfvolle buik lukt niet goed. Je baby blijft alsmaar hongerig. Als ouders weet je op den duur niet meer wanneer je baby nu precies honger heeft of wanneer hij jengelt van moeheid.
Baby's die lang wakker zijn worden wakker gehouden door externe of interne prikkels (bijvoorbeeld aandacht of krampjes).
Elk voedingsschema (bijv. 7.00-10.00-13.00 enz.) is in principe gebaseerd
op kunstvoeding. Veel ouders van borstgevoede kinderen zijn in de veronderstelling
dat ook borstvoeding volgens een soortgelijk schema verloopt. Dit is
echter vaak niet het geval!
Lees meer over
borstvoeding.
Kindjes die kunstvoeding krijgen en korte slaapjes blijven doen,
hebben soms onvoldoende aan de maximale hoeveelheid voeding die ze
per etmaal mogen hebben. Maar ook dan is het belangrijk om je kindje
toch direct te voeden voeden op verzoek. Liever vaker voeden met minder in de fles.
Lees meer over
korte slaapjes.
In het boek ‘Regelmaat en inbakeren’ wordt aan de hand van vele praktijkvoorbeelden uitgelegd hoe je regelmaat bij je eigen baby kunt oppakken.