Voorkeurshouding en inbakeren
Als je je baby inbakert, is er geen reden om extra bang te zijn voor het afplatten of scheefgroeien van zijn hoofdje. Probeer het ontwikkelen van een voorkeurshouding te voorkomen door je baby in rugligging van begin af aan met zijn hoofdje afwisselend naar links en naar rechts te leggen. Draai desnoods het bedje, zodat het licht van de andere kant komt of hang afwisselend links en rechts een aandachttrekkend voorwerp op. Bij borstvoeding ligt een baby afwisselend naar links of rechts gedraaid. Wissel daarom ook bij flesvoeding van arm.
Het afplatten van het hoofdje is, zoals lang werd gedacht, niet alleen een cosmetisch probleem. Vaak ontwikkelen deze baby’s zich motorisch (te) langzaam, waardoor weer nieuwe problemen kunnen ontstaan. Blijft je baby, ondanks bovenstaande tips, toch steeds naar één kant kijken en ontwikkelt hij een scheef hoofdje, dan raad ik je aan om tijdig advies te vragen bij een kinderfysiotherapeut en/of manueel therapeut.
Soms is er bij voorkeursligging en/of afplatting sprake van het KISS syndroom, maar dat hoeft niet.
Kenmerken van het KISS syndroom:
- beperkte hoofdbeweging naar één kant
- slechte hoofdbalans
- vormverandering van de schedel: afplatting van het achterhoofdje of aan één zijde van het hoofdje
- asymmetrie in gezicht, in bewegen, in heupontwikkeling
- overstrekken
- rusteloosheid, slecht in- en/of doorslapen
- slechte stofwisseling (obstipatie, diarree, darmkrampen)
- drink/zuigproblemen
- zweethandjes en -voetjes
- protesthuilen bij knuffelen, verschonen en aan- en uitkleden
De voorkeurshouding van het hoofd doordat deze aan één kant afgeplat is in principe geen contra-indicatie voor het inbakeren.
De voorkeurshouding die wèl bedoeld wordt als contra-indicatie van inbakeren, is de zogeheten 'komma-houding'. Kinderen met deze houding liggen van top tot teen in een kromming, een asymmetrische houding van het hele lichaam dus. Vaak zijn ze om deze reden onder behandeling van een fysiotherapeut. Overleg met hem/haar of het inbakeren mag.