Borstvoeding, cijfers over starten en stoppen

Het percentage baby's dat exclusief borstvoeding krijgt daalt snel in de eerste maandenIn verband met de Wereld Borstvoedingweek (van 3 tot 10 oktober 2011) dit keer een blog over de stand van zaken op het gebied van borstvoeding. Ik heb ervoor gekozen om een samenvatting te maken van een TNO rapport uit 2007, waarin de resultaten bekend werden gemaakt uit onderzoek naar redenen waarom vrouwen starten en stoppen met borstvoeding geven.

In Nederland is het percentage moeders dat borstvoeding geeft in de jaren na de tweede wereldoorlog sterk gedaald. In de zeventiger jaren werden startpercentages van 47% gevonden. Vanaf die tijd nam het aantal moeders dat borstvoeding gaf weer langzaam toe. In 1996 begon 70% van de moeders met borstvoeding. In 1998 was dat 77%, in 2002 75% en in 2007 81%.

Het percentage kinderen dat uitsluitend met moedermelk wordt gevoed daalt zeer snel in de eerste maanden na de geboorte. Een groot deel van de moeders ziet dus geen kans om hun baby minstens zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven, zoals de overheid adviseert conform de WHO (World Health Organization).

In 2007 gaf 48% van de moeders na 1 maand nog uitsluitend moedermelk en 13% enige borstvoeding. Drie maanden na de bevalling gaf nog slechts 30% van de moeders uitsluitend en 13% enige borstvoeding. Na zes maanden gaf nog 13% van de moeders uitsluitend en 19% enige borstvoeding.

TNO onderzoek 2007

Via 263 consultatiebureaus in het hele land werden vragenlijsten verspreid en ingevuld door moeders. In totaal werden er 2.768 vragenlijsten geschikt bevonden voor analyse. De leeftijd van de baby’s was 0-30 weken. Het betrof 51% jongens en 49% meisjes met een gemiddeld geboortegewicht van 3.515 gram. De gemiddelde leeftijd van de moeders was 31 jaar.

Tijdstip waarop voor borstvoeding wordt gekozen

Twee derde van de moeders maakt keuze voordat ze zwanger zijnDe meerderheid van de moeders (67%) besloot al vóór de zwangerschap tot het geven van borstvoeding. Eenderde van de moeders (32%) nam het besluit tijdens de zwangerschap, en slechts een klein gedeelte (1%) deed dit na de bevalling.

Redenen om borstvoeding te gaan geven

In de vragenlijst werd aan alle moeders die gestart waren met borstvoeding gevraagd wat de belangrijkste reden hiervoor was. Het grootste gedeelte van de moeders (48%) gaf aan het meest belangrijk te vinden dat borstvoeding gezonder is dan kunstvoeding. Als tweede kwam het contact tussen moeder en kind (18%) naar voren, gevolgd door het voorkomen van allergie (17%). Slechts een klein deel (6%) gaf aan het belangrijk te vinden dat borstvoeding de ontwikkeling bevordert, dat het makkelijker (3%) en goedkoper (1%) is dan kunstvoeding.

Tot één maand

Eenderde van de vrouwen maakt keuze tijdens de zwangerschapTe weinig melk werd het meest genoemd als reden om kunstvoeding te gaan bijgeven (28%), gevolgd door borstvoeding is te pijnlijk (21%) en onvoldoende drinktechniek (10%). 23% van de moeders gaf aan dat de belangrijkste reden een andere was dan in de vragenlijst genoemd. Hiertoe behoorde bijvoorbeeld: vermoeidheid of te veel afvallen van de moeder, medicijngebruik door moeder, betere nachtrust, darmkrampjes en onrust bij de baby, ontevreden kind, te veel honger en groeide niet goed. Ook beter weten hoeveel de baby drinkt of borstvoeding past niet bij mij werden genoemd.

Twee tot en met vier maanden

De belangrijkste reden van moeders om tijdens de tweede tot en met de vierde maand kunstvoeding bij te gaan geven is ook in deze periode te weinig melk (32%), gevolgd door werk (28%). Dit laatste percentage is ten opzichte van de vorige peiling sterk gestegen. In 2003 gaf 12% werk als reden om te stoppen met borstvoeding geven. Opvallend omdat de netto-arbeidsparticipatie van vrouwen niet is toegenomen. Jonge vrouwen hebben nu vaker werk dan leeftijdsgenoten in voorgaande decennia, maar hun gemiddelde arbeidsduur is nauwelijks hoger.

In de categorie anders vielen vergelijkbare redenen als bij moeders die in de eerste maand kunstvoeding bijgeven, daar kwamen voor moeders die in de tweede tot vierde maand kunstvoeding introduceerden problemen met kolven bij. Bijvoorbeeld: kolven was lastig, kolven is moeilijk met werk te combineren.

Interpretatie van de belangrijkste redenen om te stoppen

Het argument te weinig melk is zeer opvallend omdat het leeuwendeel van de moeders (ongeveer 98%) fysiologisch in staat is om voldoende borstvoeding te geven.

98% van de vrouwen is lichamelijk in staat om voldoende borstvoeding te gevenInadequate drinktechniek of het onvoldoende vaak aanleggen van de baby zou, indien onopgemerkt, dit effect kunnen veroorzaken. Dit pleit voor voldoende en adequate begeleiding bij borstvoeding in de eerste maand na de bevalling en ook daarna. Een andere verklaring voor het feit dat veel moeders te weinig melk als hoofdmotief noemen om kunstvoeding bij te geven, terwijl hier fysiologisch gezien geen aanleiding toe is, kan liggen in onzekerheid van moeders aangaande het kunnen geven van borstvoeding (eigen effectiviteit).

In dit perspectief moet ook het motief borstvoeding is pijnlijk gezien worden, het kan de onzekerheid vergroten en aanleiding geven tot angstgevoelens. Daarnaast kan het op onjuiste wijze aanleggen een rol spelen. In beide situaties kan adequate begeleiding een positieve rol spelen, maar ook het zien van andere moeders die borstvoeding geven. Aan de andere kant kan ook niet uitgesloten worden dat te weinig melk als sociaal wenselijk antwoord gegeven wordt om het stoppen met borstvoeding te motiveren.

Kortom, het is onduidelijk wat met te weinig melk wordt bedoeld; is er inderdaad sprake van te weinig melk door inadequate borstvoedingstechniek of staat te weinig melk voor iets anders, zoals de onzekerheid van moeder of verminderde motivatie. Het verdient dan ook aanbeveling te onderzoeken waar de reden te weinig melk werkelijk voor staat, alleen dan kan hierop adequaat aangehaakt worden om zo de borstvoedingscijfers te verbeteren.

Voor veel vrouwen is werk een reden om te stoppen met borstvoedingDat meer dan een kwart van de moeders geen kans ziet om borstvoeding en werk te combineren, lijkt te pleiten voor maatregelen om deze combinatie te vergemakkelijken, zoals verbetering van kolffaciliteiten en langer ouderschapsverlof.
Hierbij dient wel in gedachten te worden gehouden dat werk mogelijk ook een sociaal geaccepteerde reden is om te stoppen met borstvoeding.

Inspanningen om de borstvoedingspercentages te laten stijgen moeten zich richten op vrouwen die de keuze voor borst- of flesvoeding nog moeten maken, maar ook op vrouwen die de keuze voor borstvoeding hebben gemaakt doch daarmee al snel weer stoppen. Het grootste effect wordt bereikt met maatregelen gericht om alle pasgeborenen borstvoeding te laten krijgen, meer dan met maatregelen alleen gericht op het verlengen van de lactatieperiode van moeders die nu al drie maanden borstvoeding geven. Vanzelfsprekend is de grootste gezondheidswinst te behalen wanneer alle pasgeborenen minimaal zes maanden borstvoeding krijgen.

Campagnes en activiteiten

Alle zwangeren die onder controle staan van veloskundige of gynaecoloog krijgen het gratis magazine BV BorstvoedingHet ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in december 2000 verzocht meer aandacht te besteden aan het stimuleren van borstvoeding. In antwoord daarop heeft het Voedingscentrum het Masterplan Borstvoeding ontwikkeld. De campagne ‘Borstvoeding verdient tijd’ is daar een uitvloeisel van. Deze campagne is gestart in oktober 2002. De boodschap van de campagne legt de nadruk op de gezondheidseffecten voor moeder en kind. Het Masterplan wordt uitgevoerd door het Voedingscentrum in Den Haag i.s.m. andere organisaties zoals de borstvoedingsorganisaties (LLL en Borstvoeding Natuurlijk), stichting Zorg voor Borstvoeding en beroepsverenigingen. In het kader van deze campagne werd onder andere het tijdschrift BV Borstvoeding ontwikkeld dat door de verloskundige wordt meegegeven aan zwangeren en dat veel informatie over borstvoeding bevat, en is er een informatieve website aangemaakt. Verder is een scala aan activiteiten die veelal gericht zijn op agendasetting. Ook het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) van WHO/UNICEF dat sinds 1996 in Nederland wordt geïmplementeerd maakt onderdeel uit van het Masterplan.

De aanbevelingen uit het rapport die mij het meest opvielen

Borstvoeding krant Icare ter gelegenheid van de Wereld Borstvoeding Week 20111. Promotie van borstvoeding dient al voor de zwangerschap te beginnen.
2. Kwalitatief onderzoek naar de werkelijke reden achter de motieven te weinig melk en werk verdient aanbeveling. Alleen indien bekend is waar deze motieven werkelijk voor staan kan hierop adequaat aangehaakt worden om zo de borstvoedingscijfers te verbeteren.

Bron

TNO-rapport augustus 2007
Redenen en motieven om te starten en te stoppen met borstvoeding
, C.I. Lanting en J.P. van Wouwe, opdrachtgever Voedingscentrum

Meer lezen

www.zorgvoorborstvoeding.nl – Op deze site kun je zoeken naar gecertificeerde instellingen.

Borstvoeding krant Icare ‘Borstvoeding: communiceren met je kindje’ ter gelegenheid van de WBW 2011, mooie uitgave en het lezen waard!

Over Sylvie Zuidam

Sylvie Zuidam is moeder van 5 kinderen (22-15 jaar). De jongsten zijn tweelingbroers. Ooit begon zij haar carrière als verpleegkundige, inmiddels is zij al weer jaren ondernemer en blogger. Sylvies passie voor inbakeren begon in oktober 1999 toen haar derde kind een oververmoeide en overprikkelde baby was geworden. Zij las het boekje ‘In doeken gewikkeld’ (nu: Inbakeren brengt rust) en besloot haar baby in te bakeren. Vanaf die tijd werd alles anders! Baby kon eindelijk slapen, papa en mama konden weer slapen en ook de andere kinderen kregen hun ouders weer ‘terug’. Naast inbakeren heeft Sylvie ook een warm hart voor borstvoeding.

3 gedachten over “Borstvoeding, cijfers over starten en stoppen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *