Lichaamstaal baby

Waarom ervaar jij het consultatiebureau als consternatiebureau?

Bijna dagelijks zie ik op Twitter berichten voorbij komen die te maken hebben met een bezoek aan het consultatiebureau. ‘Het’ consultatiebureau… dat sommige ouders de veelzeggende naam ‘consternatiebureau’ hebben gegeven.

Voorbeelden van berichten: ‘Ik zet me weer schrap’ ‘Baby weer goedgekeurd’ of een melding over het gewicht van Baby met daarbij het gevoel van moeder: trots of opluchting. Wat ook regelmatig voorbij komt zijn teleurgestelde of boze reacties. Blijkbaar… is Twitter een uitlaatklep voor het uiten van negatieve ervaringen. En dat begrijp ik.

Ik vond het belangrijk om destijds met mijn kinderen naar het consultatiebureau te gaan, voor het wegen, de inentingen en de standaardchecks. Maar op de één of andere manier vond ik die bezoekjes toch altijd een opgave. Ik kan me nog goed herinneren dat ik bij mijn jongsten echt weerstand voelde om weer naar het consultatiebureau te gaan. Pas later heb ik ontdekt waar dit aan lag.

Discussie

Jaren geleden: Exclusief borstvoeding aan twee en de zorg voor 3 jonge kinderen daarnaast vond ik een pittige klus. Mijn tweelingjongens waren 4 maanden en ik was benieuwd hoeveel de ze gegroeid waren. Hun lijntjes bogen wat af en de jeugdarts vond hun groei niet voldoende. Zij adviseerde pap te geven. We belandden in een discussie. Mijn reactie: Pap van borstvoeding? Dat bindt niet. Volgens de arts wel. Dagelijks kolven en dan het gedoe om daar een pap van te maken, daar begon ik niet aan.

Teleurstelling

Gelukkig wist ik – dankzij internet – dat borstgevoede baby’s anders groeien dan de lijntjes in het dossier. Het advies van de arts maakte mij niet onzeker, maar wel ging ik behoorlijk teleurgesteld naar huis. Teleurgesteld over het gebrek aan kennis bij deze jeugdarts. Maar nog meer teleurgesteld dat zij alleen oog had voor het lijntje en niet voor mijn enorme inzet. Ik voelde me niet gezien, voelde geen erkenning. En blijkbaar was dat… waar ik behoefte aan had. Náást kennis. Want dat is iets wat ouders van jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen mogen verwachten: de meest actuele kennis van alles wat met het jonge kind te maken heeft. Mogen ouders verwachten dat professionals hun kennis kunnen communiceren; dat wil zeggen ‘op maat’ afgestemd op elk individueel ouder-kind paar? Ja. Is dat werkelijkheid? Nee. Gaat dat ooit werkelijkheid worden? Misschien, maar daar heb je nu niets aan.

Op het gebied van kennis en communicatie is er binnen de jeugdgezondheidszorg nog genoeg voor verbetering vatbaar. Dat erkent de beroepsgroep zelf ook (1).

Twee kanten

Toch waren er twee mensen nodig voor mijn (of jouw) gevoel van beoordeeld en niet gezien voelen. De jeugdarts triggerde mijn gevoel. En gezien de vele verhalen van andere moeders ben ik niet de enige wiens gevoel op het consultatiebureau een prik krijgt.

Met een baby wordt er ook een moeder geboren. Dat maakt je als persoon behoorlijk kwetsbaar. Het is een nieuwe dimensie van je persoonlijkheid die je direct als gegoten zit of een kant die je met vallen en opstaan gaat ontwikkelen. Of iets daar tussen in. Door anderen voel je je gesteund, bewonderd of al dan niet serieus genomen. Het is jouw gevoel. En de gedachten als gevolg van dat gevoel zijn ook van jou.

Onzekerheid

Was je van jezelf al onzeker, met een baby erbij word je éxtra onzeker, of angstig, of gestrest. Je persoonlijkheid komt door je moeder-zijn onder een vergrootglas te liggen. Dat gebeurt op het consultatiebureau, maar kan ook door je moeder, door je partner of door een collega geactiveerd worden.
Als een vraag of bejegening je triggert, probeer er dan eens je voordeel mee te doen. Dat is een uitdaginkje. Zeg maar gerust een MEGAuitdaging. Het is namelijk gemakkelijk om mensen te vinden die het met je eens zijn. Zeker op internet. Maar wees eerlijk, als je weerstand voelt bij mensen waar je verder mee moet (of wilt), dan kun je er maar beter het beste van maken. Als een opmerking je raakt, heb je zelf de keuze er wat mee te doen.

“Ons emotionele brein bevat programma’s die automatisch ‘aan’ gaan – schrik, angst en boosheid bijvoorbeeld. Maar zo’n automatisme duurt minder dan negentig seconden. Daarna zijn alle chemische componenten van de reactie – zoals adrenaline – uit het bloed verdwenen. Als je dus na een schrikreactie boos of angstig blijft, dan is dat geen automatisme, maar een keuze. Je kunt op elk moment kiezen wie je wilt zijn. Je kunt jezelf steeds opnieuw uitvinden.” (2)

Zie jezelf

Wat ik leerde was om mezelf te zien. En leren luisteren naar mensen die mijn behoefte aan erkenning en waardering wél uitspraken. Wat ik zelf heb leren erkennen is dat ik hoge verwachtingen van mezelf heb. Daar ben ik ver mee gekomen, maar soms zijn ze te hoog.

En jij?
Heb jij een soortgelijke ervaring op het consultatiebureau? Wat deed je er mee?

 

Bronnen

(1) Code oranje (wees alert), onderzoek jeugdgezondheidszorg door Ouders Online. Wat vinden ouders van het CB en de schoolarts?

(2) Spoedcursus Verlichting, een innerlijk avontuur, geschreven door Tijn Touber.

 

Lees meer

Wat ouders wensen van artsen

Tegenstrijdige informatie en adviezen: om gek! van te worden

 

Sylvie Zuidam (1970) deed de hbo-opleiding verpleegkunde en werkte in diverse velden van de gezondheidszorg. Zij werd in 1994 voor het eerst moeder en kreeg uiteindelijk vijf kinderen. Sylvie ontdekte inbakeren in oktober 1999 toen haar derde kind een oververmoeide en overprikkelde baby was geworden. Zij las het boekje ‘In doeken gewikkeld’ (nu: Inbakeren brengt rust) en besloot haar baby in te bakeren. Vanaf die tijd werd alles anders! De baby kon eindelijk slapen, papa en mama konden weer slapen en ook de andere kinderen kregen hun ouders weer ‘terug’. Naast inbakeren heeft Sylvie ook een warm hart voor borstvoeding. In 2001 startte Sylvie de site inbakeren.nl en tien jaar later ging zij ook bloggen. Over lichaamstaal van baby’s en over huilen, voeden en slapen. Aangemoedigd door de positieve reacties van ouders op haar blogs en schrijfstijl, schreef zij in 2015 het boek Slapen als een baby.

7 reacties

  • Sylvie Zuidam

    Beste Anke, bedankt voor je reactie. Ik ben het eens met wat je zegt, zowel cb als ouders kunnen hun best doen in de communicatie. Ik denk dat cb’s / zorgmensen er goed aan doen om zo laagdrempelig mogelijk over te komen, transparant, maak zelf e.e.a. bespreekbaar. VRAAG wat ouders van de zorg vinden. Vraag er actief naar. Heb je het blog Bedankt voor je klacht ook gelezen? Stel… een ouder voelt zich overvallen of raakt onvrede thuis niet kwijt en wil er nog wat mee. Dan helpt organisatie B je daarbij. Ze willen de mening van ouders graag weten. Bij organisatie A denkt de ouder: Zucht, laat maar, daar ga ik niet een beginnen, zo erg was het ook weer niet o.i.d.

    Ik merk het ook in het onderwijs. Soms probeer ik tactisch of subtiel iets onder de aandacht te brengen maar schiet de leerkracht finaal in de verdediging. Dan wacht ik 9 van de 10x op betere tijden. Zonder het ‘hogerop’ kenbaar te maken. Het is dan niet erg genoeg, zonde van al mijn tijd en energie. Terwijl, als de leerkracht zou luisteren of de school actief naar feedback zou vragen, ze er toch hun voordeel mee zouden kunnen doen. In het belang van kinderen, net als op het cb.
    Groet, Sylvie

  • anke van engeland

    Beste Sylvie,

    Met veel plezier lees ik altijd je site. Goed ook dat je aandacht besteedt aan het consultatiebureau. Ik ben zelf jeugdverpleegkundige en werk dus op zo’n “consternatiebureau”. Jammer dat meer ouders ontevreden dan tevreden zijn. Bij ons loopt het allemaal wat anders, ik kan oprecht zeggen dat wij veel tevreden ouders/kinderen hebben. Ik denk dat het goed is om bij het eerste contact uit te leggen wat wij doen en waarom, dat het belangrijk is om een goede band op te bouwen. En dat er respect is voor elkaars ideeën/vragen en wensen. En dat open en eerlijke communicatie belangrijk zijn.

    Veel van wat ik lees komt neer op gebrek aan respect en gebrekkige communicatie. Ook wij kunnen niet altijd “aardig” zijn of de dingen die wij zien “wegwuiven” soms moeten wij, misschien vanuit het oogpunt van ouders “vervelend nieuws” brengen. Ook dat hoort bij ons vak, ik zeg wel eens als ik hierin geen zin meer heb ik beter iets anders kan doen. Want niet iedereen gaat goed om met zijn kinderen. Dus het voeren van lastige gesprekken hoort ook bij ons vak.

    Ik begrijp ontevreden ouders soms niet helemaal. Ik lees dingen waarvan ik denk “is dit echt zo gezegd?”. Maar waarom doen de ouders die dit overkomt hier niets mee. Waarom gaat men met een naar gevoel naar huis? Ik kan, in mijn spreekkamer ook van alles beweren en zeggen, wie controleert de kwaliteit die ik lever? Juist, dat is de ouder die daar aanwezig is. Ik zou willen zeggen, als men ontevreden is over iets laat het dan weten, iedere organisatie kent een klachtenprocedure, zeg het gewoon bel desnoods na een tijdje op. Ik mijn dorp zie ik 400 kinderen dus ik spreek 800 ouders. Het blijft een uitdaging om voor een ieder de juiste toon te vinden. Dus waarom wel op allerlei media ongenoegen uiten, terwijl men wel hieraan iets kan doen. Ik geef ouders dit bij het eerste contact al mee. Ik kan mijn werk onmogelijk goed doen zonder medewerking van jullie, dus het contact is voor mij heel belangrijk, gaan we met elkaar verder dan zullen wij beiden ervoor moeten waken dat het goed blijft. En dat ongenoegen maar ook complimenten bespreekbaar blijven. En het bureau is geen verplichting, wellicht is er een andere manier mogelijk, het blijft maatwerk, zo proberen wij dat hier ook te doen. Met als resultaat: tevreden ouders.

  • Fernando

    Waar ik me het meest aan ergerde was de uitspraak van de wijkverpleegkundige: Dat we maar geen kinderen meer moesten nemen.

    Toen de wijkverpleegkundige voor de zoveelste keer kwam voor onze eerste baby. Vertelde ze vlak voordat ze ging, als donderslag bij heldere hemel: Dat we maar geen kinderen meer moesten nemen. Mijn vrouw en ik zaten op de bank en konden onze gehoororganen bijna niet geloven. We deden maar alsof we haar niet gehoord hadden en dachten er het onze van. Ze was duidelijk geïnstrueerd door de arts van het Consultatiebureau. Wie is zij of het Consultatiebureau dat ze ons kunnen voorschrijven/bevelen dat we maar geen kinderen meer moeten nemen? Ik weet dat mijn vrouw en die arts elkaar niet echt lagen. Ik ben wel eens met m’n vrouw naar het Consultatiebureau geweest ook een keer toen we de arts te spreken kregen. Maar meestal ging mijn vrouw alleen, ik was dan aan het werk. Waarschijnlijk is er voor dat gebeuren een reden? Wat we wel vreemd vonden was dat onze buurvrouw, die al een jochie van vijf had rondlopen, al een keer had gezegd dat je nooit het Consultatiebureau moest bellen. Wat daar de beweegredenen van zijn hebben we helaas nooit gevraagd.

    Ik zal het maar in chronologische volgorde typen. Voordat het eerste kind komt moet je van te voren de babykamer en alles wat er bij hoort hebben. Dat hadden we allemaal geregeld inclusief een bus Similac 1 (babyvoeding). De babykamer is uiteraard goedgekeurd. Je wilt natuurlijk het beste voor je kind(eren) en je vrouw.

    De baby werd een zoon, die met een keizersnee ter wereld kwam. I.v.m. de keizersnee moest mijn vrouw nog ongeveer vijf dagen in het ziekenhuis blijven. Onze zoon bleef daar ook. Daar kreeg hij, omdat de borstvoeding niet echt op gang wou komen, babyvoeding van het merk Nutrilon. Thuis gekomen gaven we ons troetelkind babyvoeding van de al aangeschafte bus. Regelmatig gaf onze baby over soms drie keer achter elkaar. Hij bleef maar een honger gevoel houden. Om moedeloos van te worden. Het Consultatiebureau regelmatig gebeld voor advies. Daar zijn ze tenslotte voor. Maar dan krijg je iedere keer te horen dat van Similac geen kind overgeeft. Op het laatst was ik zo kwaad dat ik zei: Nou die van ons wel! We hebben van alles geprobeerd Johannesbroodpitmeel, rijstebloem, enz. Daarnaast kregen we nog het blad Ouders van nu (volgens mij via de Etos of het Kruidvat) en hadden we een abonnement op Wij jonge ouders. Het blad Ouders van nu gaf de beste / meeste info volgens mijn vrouw. Daarin las ze ook dat je nooit van babyvoeding moest veranderen i.v.m. de kans op overgeven van de baby. Tja, dat kwam als mosterd na de maaltijd. Hij was toen al aan de sapjes e.d. Maar dat had het Consultatiebureau toch ook moeten weten. Die dachten waarschijnlijk dat we een stelletje viespeuken waren die de flesjes niet goed steriliseren (uitkookten) of iets dergelijks.

    De tweede baby, weer een zoon die met de vacuümpomp ter wereld kwam, heeft naast de borstvoeding alleen maar Nutrilon gekregen. Dit had hij in het ziekenhuis ook gekregen en helemaal geen problemen met overgeven. Bij hetzelfde Consultatiebureau een gehoortest laten doen. Zag de oudste een auto rijden keek naar buiten en vergat te reageren op een geluidje. Moet de volgende keer de hele test over. Als ze dat ene geluidje nou allen doen, maar nee dat mag niet?

    Bij de jongste zoon waren de reacties / reflexen niet goed volgens het Consultatiebureau. Als hij op zijn rug lag met de benen omhoog moest hij zich bij het omrollen met een arm opvangen / tegenhouden. Dit deed hij echter niet. Hij vond het gewoon niet nodig, misschien ook, omdat hij niet de magerste was. Dus moest er maar een fysiotherapeut komen. Komt zelfs bij je thuis, lekker makkelijk. Na het eerste de beste bezoek kon hij zich al opvangen. Daarna is hij nog drie keer geweest of zo.

    Bij een ander Consultatiebureau. Bij de jongste zoon waren er problemen met de ogen volgens haar. Ik had met de hem moeten oefenen uit het boekje van het Consultatiebureau. Dat hadden ze van te voren nooit gezegd en we waren net verhuisd. Dus zat andere dingen te doen. We moesten samen oefenen om plaatjes te herkennen en te benoemen. Op dat blad staat o.a. een plaatje van een auto uit de jaren veertig van de voorkant, een lampet kannen set en een kerk met een wolk om de toren (waarvan ik eerst dacht dat het een oude kastsleutel was). Tja, niet echt bij de tijd. Lampetkannen en zo’n oude auto had hij op zijn jonge leeftijd nog nooit gezien. Ik thuis oefenen. Maar mijn boefje was er een beetje klaar mee, op het Consultatiebureau. Met al die stomme oefeningen, weer alles opnieuw te moeten doen met eerst het ene oog en dan het andere. Dus moest ik maar naar het ziekenhuis in een dorp verderop. Ik zeg tegen haar er mankeert niets aan zijn ogen. Hij ziet vliegtuigen vliegen op een hoogte die ik niet eens kan zien met m’n nieuwe bril. Nee, ik moest het maar gaan doen om dingen uit te sluiten. Na een halve dag ziekenhuis hadden we het bewijs. Natuurlijk waren zijn ogen uitstekend!

  • Sylvie Zuidam

    @Ilona, klopt, alle communicatie valt of staat met de gevoelens en overtuigingen van beide partijen. Je vindt elkaar of niet. Je doet moeite om elkaar te vinden of niet. Ik denk dat onzekerheid niet alleen bij ouders, maar ook bij deskundigen kan spelen.

    @Ingeborg, het is juist zo jammer dat die signaalfunctie verloren gaat als de werkers op het consultatiebureau niet in staat zijn om het vertrouwen van ouders te behouden.

    Mijn boodschap aan deskundigen:

    • Wees bewust van je persoonlijke waarden en normen. Het is mijns inziens ondeskundig om deze te projecteren in contact met ouders.
    • Erken je eigen zwakheden en grenzen, zowel op het gebied van kennis als communicatie.
    • Durf te luisteren!

    Gezondheidswerkers zijn (net als ik zelf overigens) vaak het type ‘helper’ of ‘verbeteraar’. Voel aan (of vraag) wanneer je advies of hulp gewenst is. Weet wat je eigen motivaties en argumenten zijn.
    Eén van mijn followers merkte terecht op:
    “Er hoeft niet altijd een oplossing gegeven te worden.” Bedankt voor je reactie Jorien. Dit is mijns inziens heel belangrijk!

    Ter illustratie geef ik nog een voorbeeld van wat ik wel als prettig heb ervaren.
    Toen mijn tweelingjongens ruim een jaar waren, ging ik ook met ze naar het consultatiebureau. In de wachtruimte zag ik een jonge vrouw voorbij komen en dacht dat de verpleegkundige een nieuwe stagiaire had. Het bleek de nieuwe jeugdarts te zijn.

    Ik weet nog dat ze informeerde naar de nachten.
    Mijn antwoord: “Ze worden elke nacht 1 of 2x wakker, dan voed ik ze en slapen we weer verder.”
    “Kun je dit volhouden?”
    “Nou… ik zou liever doorslapen, maar ik ga niets doen om dit proberen te bewerkstelligen. Zo lang het ‘aankoppelen-afkoppelen’ is en weer verder slapen is, laat ik het zo.”
    Daar liet deze jeugdarts het bij, zonder enig waardeoordeel. Heel fijn.

    Eigenlijk wel apart hoe dit voor mij werkt. Zonder dat deze (jonge) jeugdarts het daadwerkelijk uitsprak, voelde ik wel respect, voor mijn inzet en mijn keuzes.

  • Ingeborg Uitentuis

    Ik denk dat het afhangt van de persoon die je voor je hebt op het CB. Ik zie wel vaak medewerkers die het standaard programma afwerken en daardoor wel eens `op de zere tenen gaan staan.´ Luisteren en doorvragen is denk ik erg belangrijk. Met name adviezen over doorslapen, als je kind net doorslaapt na 8 maanden ben je niet geholpen met een opmerking dat de laatste fles er af moet omdat dat in het standaard schema staat. Ik heb dus de keuze gemaakt om alleen de hoognodige afspraken te maken voor inentingen etc. en heb gelukkig ook een goede samenwerking met het KDV die ook aangeven wanneer ze denken dat de kleine toe is aan een nieuwe stap. Met mijn tweede kind ben ik een stuk zekerder en gaat eigenlijk alles bijna vanzelf, gelukkig. Ik denk ook dat een groot deel van de kinderen door die eerste vier jaar heen-rolt zonder problemen, maar dat neemt niet weg dat het CB zeker een goede signaalfunctie biedt voor eventuele problemen die er wel kunnen zijn.

  • Ilona van der loos

    Ik ben gezegend met een fijne wijkverpleegkundige en een fijne jeugdarts. Ik kan met beide “sparren” over de verschillende aspecten vn de zorg voor kindren onder de 4 jaar. Belangrijk voor mij is dat ze recht doen aan mijn mening en gevoel. Wederzijds respect naar ieders rol ( ik als moeder, en zij als proffessional) maakt dat we goed kunnen communiceren. Ze benaderen dingen vanuit een andere invalhoek dan ik en dat geeft me stof tot nadenken, nooit verkeerd! Ik hoop dat het andersom net zo werk, en dat ze ook mijn kijk op opvoeding, groei meenemen in hun werkzaamheden. Ik vind het ook belangrijk dat er oog is voor het hele gezin en de individuele omstandigheden, en vanuit dat perspectief gevraagd en ongevraagd advies geven. De eerlijkheid om niet altijd een pasklaar antwoord te hebben is het geen wat ik het meest kan waarderen.
    Het consultatiebureau hoeft niet je vriend te zijn maar het is ook geen vijand. Zoals sylvie het beschrijft, ik denk dat het valt of staat met je eigen (on)zekerheid.